De rechtbank Overijssel behandelde een verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning verleend aan Stichting MTB voor de aanleg van een mountainbikeroute in Zuidhorn. Verzoekster, Stichting Vrienden van het Johan Smitpark en het Waterpark, maakte bezwaar tegen de vergunning en stelde beroep in nadat het bezwaar ongegrond werd verklaard.
De voorzieningenrechter overwoog dat een inhoudelijke beoordeling van de vele aangevoerde gronden in het beroep een indringende toetsing vergt die niet geschikt is voor de voorlopige voorziening. Er kon niet worden uitgesloten dat het beroep kans van slagen heeft, waardoor een belangenafweging noodzakelijk was.
Gezien het belang van verzoekster en het risico dat de aanlegwerkzaamheden vóór uitspraak in de bodemprocedure voltooid zouden zijn, wat de bodemprocedure zinloos zou maken, werd het verzoek om schorsing toegewezen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed.
De voorzieningenrechter merkte op dat onduidelijk is of voor de MTB-route ook een vergunning voor afwijking van bestemmingsplannen vereist is en dat het ecologisch onderzoek mogelijk onvolledig is, wat kan leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Deze punten zullen in de bodemprocedure worden beoordeeld.
Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.