Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
1.hij op of omstreeks 28 september 2020 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (zijn partner) [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, immers heeft hij, verdachte:- aan de haren van voornoemde [slachtoffer 1] getrokken en/ of- voornoemde [slachtoffer 1] naar de grond getrokken en/ of- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] (meermalen) (met kracht) geschopt en/ of getrapt
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- aan de haren van voornoemde [slachtoffer 1] te trekken en/ of
- voornoemde [slachtoffer 1] naar de grond te trekken en/ of
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] (meermalen) (met kracht) te schoppen en/ of te trappen
- voornoemde [slachtoffer 1] (meermalen) te stompen en/ of te slaan op/tegen/in diens gezicht,
- aan de haren van voornoemde [slachtoffer 1] getrokken en/ of
- voornoemde [slachtoffer 1] naar de grond getrokken en/ of
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] (meermalen) (met kracht) geschopt en/ of getrapt
- voornoemde [slachtoffer 1] (meermalen) gestompt en/ of geslagen op/tegen/in diens gezicht,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.hij op of omstreeks 28 september 2020 te Zwolle opzettelijk en wederrechtelijk (onder meer):- het keukenblok en/ of voordeur van het appartement dat toebehoord aan [woningstichting]
3.hij op of omstreeks 28 september 2020 te Zwolle opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , werkzaam als arrestantenbewaarder op het cellencomplex aan [adres 3] te Zwolle, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in de richting van voornoemde [verbalisant 1] te spugen, terwijl hij, verdachte, zich op korte afstand bevond van voornoemde [verbalisant 1] ;
hij, op of omstreeks 4 juni 2021, te Beesd, zijn vader tot wie hij in familierechtelijke betrekking staat, [slachtoffer 2] , heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 2] (met kracht) vast te pakken bij de armen, althans bij het lichaam, en/ of te duwen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 2] ;
2.
hij, op of omstreeks 4 juni 2021 te Beesd, [slachtoffer 2] (zijn vader) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/ of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen zakelijk weergegeven dat hij hem dood zal slaan en/ of kapot zal maken, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
3.
hij, op of omstreeks 4 juni 2021, te Beesd, opzettelijk en wederrechtelijk een auto(spiegel) en/ of een of meerdere bloempotten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/ of [verbalisant 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/ of weggemaakt;
4.
hij, op of omstreeks 4 juni 2021 te Tiel, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55d van het Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [verbalisant 3] , inspecteur van politie Eenheid Oost-Nederland, belast met de uitoefening van enig toezicht en/ of belast met en/ of bevoegd verklaard tot het opsporen en/ of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd medewerking te verlenen aan een (voorlopig) onderzoek van uitgeademde lucht (ter vaststelling van het gebruik van alcohol), hieraan geen gevolg te geven.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
1.primair.hij op 28 september 2020 te Zwolle ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om zijn partner [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven:- aan de haren van voornoemde [slachtoffer 1] heeft getrokken en- voornoemde [slachtoffer 1] naar de grond heeft getrokken en
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.hij op 28 september 2020 te Zwolle opzettelijk en wederrechtelijk (onder meer):- het keukenblok van het appartement dat toebehoort aan [woningstichting]
3.hij op 28 september 2020 te Zwolle opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] , werkzaam als arrestantenbewaarder op het cellencomplex aan [adres 3] te Zwolle, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, door feitelijkheden, heeft beledigd, door in de richting van voornoemde [verbalisant 1] te spugen, terwijl hij, verdachte, zich op korte afstand bevond van voornoemde [verbalisant 1] ;
in de dagvaarding met parketnummer 08/146194-21:
3.hij op 4 juni 2021 te Beesd opzettelijk en wederrechtelijk een autospiegel en meerdere bloempotten die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] toebehoorden, heeft vernield;
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelde
€ 385,-daarom geheel toewijzen.
€ 3.500,-.
€ 3.885,-,te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd.
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden;
5 (vijf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van drie (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidals
drie jaren;
2 (twee) wekenhechtenis en bepaalt daarbij dat de maximale hechtenis zes maanden bedraagt;
[slachtoffer 1]toe tot een bedrag van
€ 3.885,-(zegge: drieduizend achthonderdvijfentachtig euro)
,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 september 2020;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van €
€ 3.885, (zegge: drieduizend achthonderdvijfentachtig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 september 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 48 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter te Zwolle van 10 juli 2019 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week.