ECLI:NL:RBOVE:2021:3187

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 augustus 2021
Publicatiedatum
12 augustus 2021
Zaaknummer
C/08/268229 / KG ZA 21-159
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:52 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot herstel dak ter voorkoming lekkage en schimmelvorming in aangrenzende berging

Beter Wonen, eigenaar van een woning waarvan de berging bouwkundig verbonden is met die van gedaagde, vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld tot herstel van zijn dak. Dit naar aanleiding van lekkage en schimmelvorming in de berging van Beter Wonen, die volgens een inspectierapport veroorzaakt worden door het gebrekkige dak van gedaagde.

Gedaagde erkent dat de lekkage vanuit zijn dak ontstaat, maar stelt dat Beter Wonen zelf de problemen heeft veroorzaakt door renovatiewerkzaamheden aan haar eigen dak. De voorzieningenrechter acht dit verweer niet aannemelijk omdat gedaagde geen concrete onderbouwing geeft en niet heeft geklaagd over problemen.

De rechtbank oordeelt dat gedaagde op grond van artikel 5:52 BW Pro verplicht is de gebreken aan zijn dak te herstellen om verdere schade te voorkomen. De vordering wordt toegewezen met een dwangsom van € 500 per dag, maximaal € 10.000, en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot herstel van het dak binnen één maand met een dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer / rolnummer: C/08/268229 / KG ZA 21-159
Vonnis in kort geding van 10 augustus 2021
in de zaak van
de stichting
ALMELOSE WONINGSTICHTING BETER WONEN,
gevestigd te Almelo,
eiseres, hierna te noemen Beter Wonen,
advocaat mr. M. Douwenga te Hardenberg,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde, hierna te noemen [gedaagde] ,
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 7 juli 2021 met producties,
  • de mondelinge behandeling van 3 augustus 2021, waarbij de heer [A] (opzichter dagelijks onderhoud) namens Beter Wonen is verschenen, bijgestaan door M. Douwenga, en waarbij [gedaagde] in persoon is verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken,
  • de pleitnota van Beter Wonen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Beter Wonen is eigenaar van de woning aan de [adres 1] in [plaats] . Zij verhuurt deze woning aan mevrouw [B] (hierna: de huurster).
2.2.
[gedaagde] is eigenaar van de woning aan de [adres 2] in [plaats] . De berging van de woning van Beter Wonen zit bouwkundig gezien vast aan de berging van de woning van [gedaagde] .
2.3.
De huurster van Beter Wonen heeft meerdere malen geklaagd over lekkage en schimmelvorming in de berging van de woning van Beter Wonen. In het voorjaar van 2020 heeft Beter Wonen een nieuw dak op haar berging laten aanbrengen door een dakdekkersbedrijf. De lekkage en schimmelvorming zijn daarmee niet verholpen.
2.4.
Van Kooten Dak- en Isolatietechniek heeft de berging van Beter Wonen geïnspecteerd in verband met de lekkage. Op 17 juni 2021 heeft zij een rapport aan Beter Wonen gestuurd, waarin zij adviseert om de dakbedekking van de berging van [gedaagde] te vernieuwen.

3.Het geschil

De vordering
3.1.
Beter Wonen vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] veroordeelt om binnen één maand na betekening van dit vonnis zodanige deugdelijke werkzaamheden te laten uitvoeren aan de woning/berging aan de [adres 2] in [plaats] door een gecertificeerd bedrijf en in overleg met Beter Wonen, waardoor in de toekomst geen lekkages meer kunnen ontstaan in de woning/berging aan de [adres 1] in [plaats] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor elke dag dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 20.000,00;
II. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten alsmede in de nakosten.
3.2.
Beter Wonen legt aan haar vordering ten grondslag dat de lekkage en schimmelvorming in haar berging worden veroorzaakt doordat het dak van de woning van [gedaagde] gebrekkig is. Volgens Beter Wonen is [gedaagde] op grond van artikel 5:52 BW Pro verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de lekkage in haar berging wordt verholpen. Zij heeft [gedaagde] meerdere malen verzocht over te gaan tot herstel van de gebreken van de dakbedekking, maar [gedaagde] heeft niet gereageerd en niets ondernomen.
Het verweer
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hij stelt dat Beter Wonen de lekkage zelf veroorzaakt heeft.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.
Voor toewijzing van een vordering in kort geding moet sprake zijn van spoedeisend belang bij een onmiddellijke voorziening. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Beter Wonen spoedeisend belang bij haar vordering, nu zij tegenover haar huurster verplicht is om de lekkage op te lossen en van haar niet verwacht kan worden dat zij daarvoor de uitkomst van een bodemprocedure afwacht, terwijl de schade aan de berging bij elke regenbui groter wordt.
Vordering
4.2.
[gedaagde] erkent dat de lekkage en schimmelvorming in de berging van Beter Wonen ontstaan vanuit zijn dak, maar stelt dat dit probleem is veroorzaakt door Beter Wonen. Volgens [gedaagde] heeft Beter Wonen het dak van haar berging laten renoveren en zijn daarbij ook stenen van zijn dak weggezogen. Volgens [gedaagde] is er sindsdien sprake van lekkage en is dit dus veroorzaakt door Beter Wonen.
4.3.
[gedaagde] heeft echter niet aannemelijk gemaakt wanneer Beter Wonen het dak zou hebben laten renoveren en heeft niet geklaagd bij Beter Wonen over problemen met het dak. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [gedaagde] zijn verweer dan ook niet aannemelijk gemaakt. Nu [gedaagde] erkent dat de lekkage en schimmelvorming in de berging van Beter Wonen worden veroorzaakt door problemen aan het dak van zijn berging, is hij verplicht om deze problemen op te (laten) lossen. De voorzieningenrechter zal de vordering dan ook toewijzen.
4.4.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als vermeld in het dictum.
Proceskosten
4.5.
[gedaagde] wordt in deze procedure in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van Beter Wonen worden begroot op:
- dagvaarding € 121,38
- griffierecht € 667,00
- salaris advocaat €
656,00
Totaal € 1.444,38
4.6.
De door Beter Wonen apart gevorderde nakosten zijn ook toewijsbaar tegenover [gedaagde] , omdat de proceskostenveroordeling hiervoor een executoriale titel geeft en de voorzieningenrechter van oordeel is dat de nakosten zich vooraf laten begroten. De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als na te melden.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen één maand na betekening van dit vonnis zodanige deugdelijke werkzaamheden te laten uitvoeren aan de woning/berging aan de [adres 2] in [plaats] door een gecertificeerd bedrijf en in overleg met Beter Wonen, waardoor in de toekomst geen lekkages meer kunnen ontstaan in de woning/berging aan de [adres 1] in [plaats] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor elke dag dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,00,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Beter Wonen tot op heden begroot op € 1.444,38,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2021. [1]

Voetnoten

1.type: