ECLI:NL:RBOVE:2021:3362
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen invordering dwangsom wegens bedrijfsmatige prostitutie in woning
De burgemeester van Hengelo legde op 28 juni 2019 een last onder dwangsom op aan de eigenaar van een woning aan een adres te Hengelo, omdat de woning werd gebruikt voor prostitutiewerkzaamheden zonder vergunning. Na een controle op 18 december 2019 bleek dat de overtreding voortduurde, waarop een dwangsom van € 10.000,- werd ingevorderd en een nieuwe last onder dwangsom van € 25.000,- werd opgelegd.
De eigenaar stelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de verhoging disproportioneel was. De rechtbank oordeelde dat de rapportage van de controle, waaronder een online advertentie, telefonische afspraken en de aanwezigheid van een Nigeriaanse prostituee zonder relatie tot de woning, voldoende bewijs leverde voor bedrijfsmatige prostitutie. De verklaring van de eigenaar werd niet geloofwaardig geacht.
De rechtbank benadrukte de beginselplicht tot handhaving door het bestuursorgaan en vond geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. De verhoging van de dwangsom werd gemotiveerd geacht omdat de eerdere dwangsom onvoldoende prikkel vormde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de dwangsom wegens bedrijfsmatige prostitutie in de woning wordt ongegrond verklaard.