Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
N.V. UNIVÉ ZORG,
gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Univé vordert betaling van openstaande zorgpremies en zorgkostennota’s uit 2010 en 2011 van [gedaagde], die in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) is gekomen. De WSNP werd op 7 februari 2019 beëindigd zonder dat [gedaagde] een schone lei kreeg, waardoor Univé meent dat de vordering weer opeisbaar is.
[gedaagde] voert verjaring aan, stellende dat Univé zich niet heeft gemeld in de WSNP en de vordering na beëindiging van de WSNP niet meer kan opeisen. De rechtbank beoordeelt het verweer als een beroep op verjaring en onderzoekt of de verjaringstermijn is verlengd op grond van artikel 36 lid 1 Faillissementswet Pro.
De rechtbank stelt vast dat Univé haar vordering niet ter verificatie heeft aangemeld en pas op 13 oktober 2020 tot betaling heeft aangeschreven. Zelfs uitgaande van het meest gunstige scenario voor Univé, is de vordering verjaard vóór deze aanmaning. De verjaringstermijn eindigt ruim vóór de aanmaningsdatum, ook met toepassing van de verlenging na WSNP-beëindiging.
Daarom wijst de rechtbank de vordering van Univé af en veroordeelt zij Univé in de proceskosten, die nihil worden begroot omdat [gedaagde] niet met een professionele gemachtigde procedeert.
Uitkomst: De vordering van Univé tot betaling van zorgpremies en zorgkostennota’s uit 2010 en 2011 wordt afgewezen wegens verjaring.