ECLI:NL:RBOVE:2021:3447
Rechtbank Overijssel
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen omzetting taakstraf in vervangende hechtenis ongegrond verklaard
De veroordeelde was bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren met de bepaling dat bij niet-nakoming vervangende hechtenis van 90 dagen zou volgen. De officier van justitie beval op 2 oktober 2020 de tenuitvoerlegging van 86 dagen vervangende hechtenis wegens het niet naar behoren verrichten van de taakstraf. De veroordeelde maakte bezwaar tegen deze omzetting, stellende onder meer dat hij geen bericht had ontvangen over de termijnverlenging en dat hij door een auto-ongeluk lichamelijke en psychische schade had opgelopen.
De rechtbank behandelde het bezwaarschrift op 25 augustus 2021, waarbij de veroordeelde niet verscheen. De rechtbank nam kennis van het reclasseringsrapport van 30 juli 2020, waaruit bleek dat de veroordeelde verwijtbaar in gebreke was gebleven en geen contact opnam, ondanks waarschuwingen en inspanningen. Tevens oordeelde de rechtbank dat de beslissing tot omzetting tijdig was genomen, mede door de tijdelijke COVID-19 wet die de termijn verlengde.
De rechtbank verwierp het bezwaar en verklaarde het bezwaarschrift ongegrond. De beslissing tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis behoeft niet te worden gewijzigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis is ongegrond verklaard en de hechtenis wordt ten uitvoer gelegd.