Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
6 juli 2021, 7 juli 2021, 9 juli 2021 en 27 augustus 2021.
mr. F.A. Demmers en mr. J.C.G. van der Wulp, en van wat door verdachte en zijn raadsman
2.De tenlastelegging
- de (elektronische) aangifte over de maand(en) januari en/of mei en/of december van het jaar 2015; en/of
- de (elektronische) aangifte over de maand(en) februari en/of juli en/of september van het jaar 2016; en/of
- de (elektronische) aangifte over de maand februari van het jaar 2017;
zulks (telkens) met het oogmerk om die (bedrijfs)administratie als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;
3.De voorvragen
“waaronder”is vermeld en met behulp van gedachtestreepjes een gedetailleerde opsomming van specifieke facturen volgt. De rechtbank heeft op de zitting van 6 juli 2021 geoordeeld dat onvoldoende duidelijk is op welke andere facturen dan die in de opsomming staan, wordt gedoeld. Het woord in de tenlastelegging
“waaronder”is in de context van in alle ten laste gelegde varianten dan ook onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. De rechtbank heeft de dagvaarding in zoverre partieel nietig verklaard.
“waaronder”,zoals hiervoor reeds is overwogen - voldoende duidelijk en voldoende bepaald. Verdachte moet in staat worden geacht om zich op basis van deze tenlastelegging goed te verdedigen. De rechtbank is verder van oordeel dat de tenlastelegging van feit 2 wel degelijk een verfeitelijking van de valsheid bevat, namelijk door het vermelden van de toevoeging dat het ‘opzettelijk verwerken, boeken en/of opnemen van facturen in de bedrijfsadministratie’ betreft. Als de tenlastelegging in onderlinge samenhang wordt bezien met de inhoud van het dossier, volgt daaruit dat het openbaar ministerie verdachte verwijt dat (een deel van) de in de bedrijfsadministratie opgenomen facturen vals zijn, omdat deze voorkomen in btw-carrouselrondes en om die reden schijnhandel betreft. Dat maakt de facturen vals en daarmee ook de bedrijfsadministratie waarin deze facturen zijn opgenomen. Dit maakt de tenlastelegging naar het oordeel van de rechtbank ook op dit punt voldoende feitelijk en begrijpelijk. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging op deze punten.
- [bedrijf 12] B.V. (hierna: [bedrijf 12] );
- [bedrijf 13] B.V. (hierna: [bedrijf 13] );
- de eenmanszaak [bedrijf 14] (hierna: [bedrijf 14] );
- [bedrijf 15] B.V. (hierna: [bedrijf 15] );
- [bedrijf 16] B.V. (hierna: [bedrijf 16] );
- [bedrijf 17] B.V. (hierna: [bedrijf 17] ), en
- de eenmanszaak [bedrijf 18] (hierna: [bedrijf 18] ).
- [bedrijf 19] B.V. (hierna: [bedrijf 19] );
- [bedrijf 20] B.V. (hierna: [bedrijf 20] );
- [bedrijf 21] B.V. (hierna: [bedrijf 21] ), en
- [bedrijf 11] .
meerdere partijen;een carrousel bestaat uit meerdere partijen. Het aantal kan variëren van minimaal drie (bij de eenvoudigste carrousel), tot heel veel bij de meer ingewikkelde carrousels, waarbij het doel van heel veel partijen het versluieren van de carrousel is en soms ook het meerdere malen ‘pakken van de winst’ door het gebruiken van meer dan één ploffer;
-
internationaal karakter; de deelnemers aan een btw-carrousel bevinden zich in minimaal twee lidstaten van de EU, maar ook landen buiten de EU kunnen erin betrokken zijn;
-
repeterend karakter; goederen kunnen al dan niet fictief in een carrousel worden rondgepompt. Ze worden tegen bodemprijzen op de Europese markt gedumpt of verdwijnen buiten de EU. De oorspronkelijke kostprijs van de goederen is dan vaak in zijn geheel terugverdiend ten koste van de schatkist. Echter, ook als de goederen niet helemaal rondgaan en het repeterend karakter dus ontbreekt, wordt bij deze vorm van btw-carrouselfraude gesproken;
-
snelle wisseling van leveranciers en afnemers; de kracht van een goed georganiseerde carrousel is dat de organisatoren in staat zijn om de gaten in de carrousel, die door ingrijpen van de Belastingdienst zijn ontstaan, zeer snel te dichten. Dat betekent dat op het moment dat de Belastingdienst deelnemers aan een btw-carrousel ontdekt en hen het werken onmogelijk maakt, deze direct worden vervangen door anderen;
-
kennis werkwijze Belastingdienst;deelnemers aan de carrousel laten zich op fiscaal gebied door adviseurs informeren over de (on)mogelijkheden van de Wet op de Omzetbelasting (Wet OB) en de werkwijze van de Belastingdienst (organisatie en werking van het OB-aangiftesysteem);
-
ICL of export;in de gesignaleerde carrousels is altijd sprake van een ondernemer die intracommunautair goederen levert, dan wel exporteert.
“zijn jullie vanavond of zondag open voor leveringen?”; [93]
Wij zijn vanavond niet bereikbaar. Zondagavond kunnen we wel ontvangen (op afspraak)”; [94]
delivery Monday morning”, met de tekst: [96] “Hi, maandag 8 uur sochtends komen we het volgende leveren. 2500x SSD 250 GB meer instructies volgen nog”;
Re: delivery Monday morning”met de tekst: [97]
Partiële vrijsprakenaan bod.
Op 25 juli 2016 vindt via Skype het volgende groepsgesprek plaats tussen [medeverdachte 2] , verdachte en [naam 12] van [bedrijf 42] : [145]
‘ [verdachte] , Can you make PO to itrade, 18x go pro black full MC, 30days’.
of course’.
[medeverdachte 2] : ‘
369,90, EU spec’.[medeverdachte 2] : ‘
[naam 12] what is your email adres?
‘ [mailadres]
alright, i will send you the PO’.
Op grond van artikel 51 Sr Pro kunnen strafbare feiten worden begaan door een rechtspersoon. Hiertoe is van belang of de verboden gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. Het antwoord op deze vraag hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt daarbij is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon kan sprake zijn wanneer zich een of meer van de hierna volgende omstandigheden voordoen, zo bepaalde de Hoge Raad in het Drijfmest-arrest (HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938):
[bedrijf 1] heeft valselijk opgemaakte facturen in haar bedrijfsadministratie opgenomen met het oogmerk om die bedrijfsadministratie als echt en onvervalst te gebruiken bij het doen van aangiften omzetbelasting. Daarnaast heeft [bedrijf 1] onjuiste aangiften omzetbelasting ingediend, immers op basis van omzet die was gebaseerd op bedragen op valselijk opgemaakte facturen, zodat de aangiften daarmee onjuist waren. Genoemde gedragingen houden verband met een of meer wettelijke verplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Wet OB en hebben aldus plaatsgevonden binnen de sfeer van de rechtspersoon. Door het onjuist en onvolledig aangeven van de af te dragen omzetbelasting door [bedrijf 1] is de verboden gedraging daarnaast dienstig geweest in het door [bedrijf 1] uitgeoefende bedrijf of diens taakuitoefening.
Verdachte bleef na de reorganisatie in 2015 als enige werknemer in loondienst van [bedrijf 1] , waar hij zich samen met [medeverdachte 1] bezig hield met de (vooraf geregisseerde) handel. Verdachte was verantwoordelijk voor de gehele financiële administratie. Hij beheerde in [programma] de boekhouding, de voorraden, de leveranciers en de facturen. Daarnaast was verdachte aanspreekpunt voor leveranciers en afnemers en onderhield hij de contacten met de Belastingdienst. De fraude binnen [bedrijf 1] werd dan ook mede mogelijk gemaakt door verdachte, die beschikte over veel logistieke en administratieve kennis, waardoor de fraude over een lange periode kon blijven bestaan. Gelet op al het voorgaande heeft verdachte deze strafbare gedragingen in ieder geval samen met [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 1] gepleegd.
Partiële vrijspraken
- [bedrijf 1] heeft op 20 mei 2015 96 GoPro camera’s verkocht aan [bedrijf 3] B.V. (hierna: [bedrijf 3] ) voor € 396,00 per stuk;
- [bedrijf 3] heeft deze goederen op 21 mei 2015 voor € 407,90 doorverkocht aan [bedrijf 8] ;
- [bedrijf 8] heeft de goederen dezelfde dag voor € 419,00 per stuk aan [bedrijf 1] verkocht;
- [bedrijf 1] heeft de goederen (tegen een btw-tarief van 0%) voor € 425,00 per stuk verkocht aan [bedrijf 4] in Ierland (hierna: [bedrijf 4] );
- [bedrijf 4] heeft de goederen op 26 mei 2015 verkocht aan [bedrijf 17] , die de goederen onder de inkoopprijs (€ 382,00 per stuk) heeft doorverkocht aan [bedrijf 11] , die de goederen voor € 387,00 per stuk heeft doorverkocht aan [bedrijf 21] , die op haar beurt de goederen voor € 392,00 per stuk heeft doorverkocht aan [bedrijf 8] ;
- [bedrijf 8] heeft 90 van de 96 GoPro camera’s doorverkocht aan [bedrijf 1] , die vervolgens via [bedrijf 3] weer bij [bedrijf 8] zijn terechtgekomen.
- de elektronische aangifte over de maanden januari en december van het jaar 2015; en
- de elektronische aangifte over de maanden februari en juli en september van het jaar 2016;
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
waaronder”;
medeplegen van opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
twee uren per dag aftrekplaatsvindt.