Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[X],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
€ 150.000,-;
4.De beoordeling
1.016,00
Rechtbank Overijssel
Eiser, eigenaar van een pand met een souterrainwoning, vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld om onbelemmerde toegang te verschaffen via een pad op het perceel van gedaagde, dat de enige ontsluiting van het souterrain vormt. Gedaagde had het pad afgesloten met een hek, waardoor eiser en haar huurders geen toegang meer hadden.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het souterrain al sinds 1982 als zelfstandige woning wordt verhuurd en uitsluitend via het pad op het perceel van gedaagde bereikbaar is. Eiser stelt dat door onafgebroken gebruik van het pad gedurende meer dan 20 jaar een erfdienstbaarheid van overpad is ontstaan door bevrijdende verjaring. Gedaagde betwist dit.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het bezit van het recht van overpad langer dan 20 jaar heeft geduurd en dat gedaagde en haar rechtsvoorgangers dit gedoogd hebben. Het verweer van gedaagde dat geen toestemming is verleend, faalt omdat het ontbreken van toestemming niet in de weg staat aan het ontstaan van bezit door verjaring. De vordering tot toegang wordt toegewezen, de vordering tot betaling van huurverlies afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onderbouwing.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De rechtbank legt geen dwangsom op omdat zij verwacht dat gedaagde het vonnis vrijwillig zal naleven.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om binnen zeven dagen vrije toegang tot het souterrain via het pad te verschaffen en de sleutel van de poort beschikbaar te stellen.