ECLI:NL:RBOVE:2021:3792
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek medenaturalisatie wegens gevaar voor openbare orde
Eisers moeder had namens eiser en zijn minderjarige broertje een verzoek tot naturalisatie ingediend. Dit verzoek werd voor eiser afgewezen vanwege een strafrechtelijke veroordeling: een taakstraf van 24 uur voor handelen in strijd met artikel 213 Sr Pro. De rechtbank bevestigt dat deze straf binnen de rehabilitatietermijn van vijf jaar valt, waardoor de naturalisatie geweigerd kan worden.
Eiser stelde dat het ging om een licht strafrechtelijk vergrijp en dat bijzondere omstandigheden golden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt echter dat het gepleegde feit een misdrijf betreft en dat de omstandigheden van eiser niet zodanig bijzonder zijn dat het beleid moet worden verlaten. Ook de jeugdige leeftijd van eiser ten tijde van het delict en zijn toekomstplannen wegen niet zwaarder dan het beleid.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard en dat er geen reden is om af te wijken van het beleid dat naturalisatie wordt geweigerd bij een taakstraf binnen de rehabilitatietermijn. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot medenaturalisatie wordt ongegrond verklaard.