ECLI:NL:RBOVE:2021:382
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering studiefinanciering wegens teveel bijverdiensten in 2016 bevestigd
Eiser ontving in 2016 studiefinanciering en een studentenreisproduct, maar had een hoger inkomen dan toegestaan, waardoor een terugvordering van €4.412,87 werd vastgesteld door verweerder. Eiser voerde aan dat de controle te laat was ingesteld en dat de prestatiebeurs al was omgezet in een gift vanwege het behalen van het diploma.
De rechtbank oordeelt dat de vaststelling van teveel bijverdiensten geen herziening van de studiefinanciering betreft, maar een zelfstandige vordering op grond van artikel 3.17 Wsf 2000. De omzetting van de prestatiebeurs in een gift staat de terugvordering niet in de weg. De controle kon pas plaatsvinden nadat inkomensgegevens van de Belastingdienst beschikbaar waren, wat de vertraging verklaart.
Verder is geen aanleiding voor toepassing van de hardheidsclausule, ook niet omdat het inkomen deel uitmaakt van een maatschap waar eiser bij betrokken is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van €4.412,87.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van €4.412,87 studiefinanciering wegens teveel bijverdiensten in 2016 wordt ongegrond verklaard.