ECLI:NL:RBOVE:2021:3828

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
14 oktober 2021
Publicatiedatum
14 oktober 2021
Zaaknummer
08-023029-21 (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte vuurwerkbomontploffing in woonwijk Deventer

Op oudjaarsnacht 2020 vond in een woonwijk in Deventer een zware vuurwerkbomontploffing plaats die aanzienlijke schade aan tientallen woningen veroorzaakte en twee personen blijvende gehoorschade opleverde. Verdachte, een 33-jarige man, werd ervan verdacht deze ontploffing te hebben veroorzaakt door zwaar en illegaal vuurwerk af te steken.

Tijdens de terechtzittingen op 8 juli en 30 september 2021 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met anderen het vuurwerk had afgestoken en dat er sprake was van gemeen gevaar voor goederen en personen. De verdediging betoogde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te verbinden aan het veroorzaken van de ontploffing.

De rechtbank oordeelde dat hoewel vaststaat dat verdachte die avond vuurwerk afstak met twee anderen, er geen wettig en overtuigend bewijs is dat hij betrokken was bij het maken of afsteken van de vuurwerkbom die de ontploffing veroorzaakte. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.

Daarnaast werden de benadeelden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens de vrijspraak, en werd bepaald dat zij hun schadevorderingen bij de burgerlijke rechter moeten indienen. De kosten van het geding worden door partijen ieder voor eigen rekening gedragen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het veroorzaken van de vuurwerkbomontploffing.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08-023029-21 (P)
Datum vonnis: 14 oktober 2021
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] (Marokko),
wonende aan [adres] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 8 juli 2021 en 30 september 2021.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. M.H. de Weert en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J. Vlug, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met anderen tijdens de jaarwisseling een ontploffing teweeg heeft gebracht op de [locatie] te Deventer, waardoor gevaar voor nabij gelegen woningen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners te duchten was.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 1 januari 2021 in de gemeente Deventer,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans
alleen, op de [locatie] , in ieder geval op de openbare weg,
opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht en/of brand
heeft gesticht door:
- een onbekende hoeveelheid zwaar (knal) vuurwerk (mogelijk
één of meerdere mortierbom(men)/shells, te weten SAT 4 inch
Shell Titanium Salute en/of knalvuurwerk, te weten Dum Bum
30 en/of Dum Bum 50, in ieder geval dergelijke
mortierbom(men) /mortiergrana(a)t(en)) en/of enig ander
ontplofbaar en brandbaar materiaal (mogelijk bevattende een
hoeveelheid zogenoemd flitskruit), op enige wijze aan te steken
en/of tot ontploffing te brengen,
en daarvan gemeen gevaar voor de nabij gelegen woningen
en/of op de openbare weg aanwezige en/of in die woningen
aanwezige goederen en personen, in elk geval gemeen gevaar
voor goederen en/of levensgevaar voor de op de openbare weg
en/of in die woningen aanwezige personen, in elk geval
levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor
zwaar lichamelijk letsel voor op de openbare weg en/of in die
woningen aanwezige personen, in elk geval gevaar voor zwaar
lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was.

3.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.De bewijsmotivering

4.1
Inleiding
Op vrijdag 1 januari 2021 omstreeks 1:56 uur is er in de buurt van de [locatie] zeer zwaar vuurwerk af gegaan. Na de ontploffing zijn er 36 aangiften gedaan van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing en veel van de aangevers benoemen schade aan ruiten en kozijnen. Later blijkt dat binnen een straal van 73 meter vanaf de ontploffing ruiten uit woningen zijn gesprongen.
4.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu veel getuigen verklaren dat verdachte die avond vuurwerk aan het afsteken was met medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte zelf aanvankelijk een leugenachtige verklaring heeft afgelegd. Ze heeft daarbij gemotiveerd gesteld dat hierbij sprake is geweest van gemeen gevaar voor goederen, van levensgevaar en van gevaar voor zwaar lichamelijk letsel.
4.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit en daartoe aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend belastend bewijs bevat. Op basis van het dossier kan enkel worden vastgesteld dat verdachte die avond in de buurt was, maar niet wat zijn rol is geweest. Dat sprake was van medeplegen kan evenmin wettig en overtuigend worden bewezen.
4.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De rechtbank overweegt daartoe dat op basis van het dossier en de behandeling ter zitting weliswaar kan worden vastgesteld dat verdachte die bewuste avond en nacht vuurwerk heeft afgestoken met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waaronder ook illegaal en zwaar vuurwerk, maar dat er geen bewijsmiddel is voor een bijdrage van verdachte aan de totstandkoming van de vuurwerkbom en/of het afsteken daarvan.

5.De schade van benadeelden

[benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] en [benadeelde] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De vorderingen hebben betrekking op het ten laste gelegde, maar nu verdachte van het tenlastegelegde feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partijen allen op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

6.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partijen: [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] , [benadeelde] en [benadeelde] , allen in het geheel niet-ontvankelijk zijn in hun vordering, en dat de genoemde benadeelde partijen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.P.K van Rosmalen, voorzitter, mr. J. de Ruiter en
mr. J. Faber, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Seuters, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2021.
Buiten staat
Mrs. De Ruiter en Faber zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.