Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
- het proces-verbaal van verhoor verdachte van 10 maart 2019 met daarin de bekennende verklaring van verdachte, pagina’s 108 tot en met 115;
- het proces-verbaal van bevindingen van 9 maart 2019, pagina’s 45 tot en met 47;
- het proces-verbaal onderzoek wapen van 16 oktober 2020, met procesverbaalnummer PL0600-2019101449-78, pagina’s ongenummerd.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, lid 1, van de Geneesmiddelenwet.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, lid 1, van de Geneesmiddelenwet.
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
70 (zeventig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
35 (vijfendertig) dagen;
een geldboete van € 7.500,00 (zegge: vijfenzeventighonderd euro);
72 (tweeënzeventig) dagen;