In deze civiele zaak tussen Podo Pro B.V. en de besloten vennootschappen Manderijn B.V. en Beter Lopen B.V. heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen over het deskundigenonderzoek naar de waarde van de aandelen van Podo Pro in Beter Lopen per 2 december 2016.
De deskundige concludeerde dat de asset-based methode het meest geschikt was voor de waardering, vanwege de negatieve kasstromen en faillissementen binnen de groep, en stelde de waarde van de aandelen vast op een symbolisch bedrag van € 1,00. Podo Pro betwistte de onderbouwing van het rapport en vroeg om nadere toelichting en specificatie van berekeningen, met name over de afschrijving van goodwill en de waardering van deelnemingen in failliete dochters.
De rechtbank oordeelde dat veel vragen van Podo Pro buiten de opdracht van de deskundige vielen en dat het rapport voldoende was toegelicht voor de keuze van de waarderingsmethode. Wel achtte de rechtbank nadere schriftelijke toelichting noodzakelijk over de waardering van de goodwill en de vraag of de faillissementen van de werkmaatschappijen op de waarderingsdatum al relevant waren.
De deskundige wordt opgedragen deze toelichting uiterlijk op 3 november 2021 te geven. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en bepaalt dat partijen daarna gelegenheid krijgen te reageren.