Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van de benadeelde partij
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
27 (zevenentwintig) maanden;
€ 7.027,41 (zevenduizend zevenentwintig euro en eenenveertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2020;
€ 4,87 (vier euro en zevenentachtig cent), alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het primair bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 7.027,41 (zevenduizend zevenentwintig euro en eenenveertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
70 (zeventig) dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;