ECLI:NL:RBOVE:2021:397
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek dwangakkoord wegens verbeterde financiële situatie verzoekster
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling en tegelijkertijd een verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet. De schuld betreft één schuldeiser, ING Bank N.V., met een vordering van €53.753,32. Verzoekster deed een prognosevoorstel aan ING om in drie jaar 6,63% van de schuld te betalen, gebaseerd op haar toenmalige WW-uitkering. ING weigerde dit voorstel en deed een tegenvoorstel van €50 per maand voor onbepaalde tijd.
Tijdens de procedure werd verzoekster opgedragen bewijs te leveren van de inschrijving van haar echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Deze inschrijving vond plaats op 7 december 2020. Tevens trad verzoekster halverwege september 2020 in dienst bij een werkgever met een nettoloon van €1.604,38 per maand. Hierdoor is haar financiële situatie aanzienlijk verbeterd.
De rechtbank oordeelt dat door deze verbeterde situatie het maximaal haalbare aanbod aan ING niet meer is gedaan. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om ING te bevelen in te stemmen met de schuldregeling af. Het tussenvonnis van 21 september 2020 wordt als herhaald beschouwd en het eindvonnis is gewezen op 5 januari 2021.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen wegens verbeterde financiële situatie van verzoekster.