ECLI:NL:RBOVE:2021:4060

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 oktober 2021
Publicatiedatum
29 oktober 2021
Zaaknummer
9346251 \ CV EXPL 21-2882
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 1 Brussel I-bis VerordeningArt. 4 Rome I-verordeningArt. 6:114 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting tijdstip betaling bij grensoverschrijdende koop van roerende zaken

Hardick B.V. vordert betaling van een openstaande factuur van Molax GmbH voor geleverde roerende zaken. Molax betwist tijdigheid van betaling, omdat zij de bank opdracht gaf tot overboeking vóór de gestelde uiterste betaaldatum, maar de daadwerkelijke bijschrijving vond later plaats.

De rechtbank onderzoekt eerst de bevoegdheid en toepasselijkheid van Nederlands recht, gelet op de vestigingsplaats van partijen en relevante EU-verordeningen. De Nederlandse rechter is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing.

De kern van het geschil is het tijdstip van betaling. Volgens artikel 6:114 BW Pro geldt het moment van bijschrijving op de rekening van de schuldeiser als tijdstip van betaling. Omdat de betaling pas na de uiterste datum op de rekening van Hardick werd bijgeschreven, is de betaling niet tijdig. De kosten van de procedure en bijkomende kosten worden daarom aan Molax opgelegd.

De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en veroordeelt Molax in de proceskosten, rekening houdend met reeds gedane betalingen.

Uitkomst: Molax wordt veroordeeld in proceskosten wegens niet tijdige betaling.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 9346251 \ CV EXPL 21-2882
Vonnis van 19 oktober 2021
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HARDICK B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
eisende partij, hierna te noemen Hardick,
gemachtigde: mr. J.F. Vanhommerig,
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
MOLAX GMBH,
gevestigd en kantoorhoudende te 41844 Wegberg (Duitsland),
gedaagde partij, hierna te noemen Molax,
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de schriftelijke reactie van Molax, aangemerkt als conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek, tevens vermindering van eis,
- de schriftelijke reactie van Molax, aangemerkt als conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Hardick heeft Molax op 24 oktober 2019 een factuur gestuurd voor een bedrag van € 1.630,60 voor de levering van diverse roerende zaken.
2.2.
Molax heeft voormelde factuur (in eerste instantie) onbetaald gelaten.
2.3.
De gemachtigde van Hardick heeft Molax op 29 juli 2021 als volgt bericht:
“ (…) Ich weise Sie darauf das die Vorladung zugestellt worden ist. Der erste Gerichtstermini st am 10. August 2021 um 10.00 Uhr im Gerichtsgebäude Overijssel, an der Molenstraat 23 in Enschede.
Möchten Sie die Sitzung vermeiden muss vor den 10. Augustus 2021 € 2.339,00 gezahlt werden. Sehen Sie die Vorladung. Sie haben schon € 544,24 gezahlt deshalb mussvor der 10. August 2021 noch € 1.794,76 gezahlt werden.
Falls Sie nicht rechtzeitig zahlen wird der Gerechtstermin statt finden und werden mehrere Kosten anfällig. (…)”
2.4.
Molax heeft op 9 augustus 2021 om 23:49 uur haar bank opdracht gegeven om een bedrag van € 1.794,76 over te boeken naar de derdengeldrekening van de gemachtigde van Hardick.

3.Het geschil

3.1.
Hardick vordert - bij dagvaarding - dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Molax veroordeelt om tegen kwijting aan Hardick te betalen een bedrag van € 2.073,19, te vermeerderen met de gevorderde handelsrente over een bedrag van € 1.630,60 vanaf 18 mei 2021 tot aan de dag van algehele voldoening. Tevens vordert Hardick veroordeling van Molax in de proceskosten, waarin begrepen een bedrag aan salaris gemachtigde en de nakosten.
3.2.
Hardick baseert haar vordering op de hiervoor opgenomen feiten waarbij zij het volgende nog heeft aangevoerd. Omdat van Molax geen betaling viel te verkrijgen van de openstaande factuur, heeft Hardick haar vordering ter incasso uit handen gegeven. De kosten daarvoor bedragen € 244,59 en komen voor rekening van Molax. Voorts vordert Hardick een bedrag van € 198,00 aan wettelijke handelsrente, berekend tot 18 mei 2021. Sindsdien vordert Hardick de wettelijke handelsrente over de hoofdsom tot aan de dag van algehele voldoening. In mindering op de vordering kan strekken de betaling van Molax van een bedrag van € 1.794,76 op 9 augustus 2021. Hardick heeft haar vordering bij conclusie van repliek met dit bedrag verminderd, waarna resteert het griffierecht en één (aanvullend) punt voor het salaris gemachtigde.
3.3.
Molax voert verweer tegen de vordering van Hardick.
3.4.
Op de overige stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Aangezien Molax gevestigd is in Duitsland zal eerst onderzocht dienen te worden of de Nederlandse rechter ten aanzien van het onderhavige geschil rechtsmacht toekomt en zo ja, welk recht op het onderhavige geschil van toepassing is.
4.2.
Molax heeft de rechtsmacht van de Nederlandse rechter niet betwist, zodat de Nederlandse rechter op grond van het bepaalde in artikel 26 lid 1 Brussel Pro I-bis Verordening bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
4.3.
De vraag welk recht van toepassing is dient beoordeeld te worden op grond van de Rome I-verordening. Nu niet gesteld of gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt, is artikel 4 van Pro voormelde verordening van toepassing. Op grond van artikel 4 lid 1 sub a Rome Pro I-verordening is het toepasselijk recht bij de koop van roerende zaken het recht van het land waar de verkoper van de roerende zaken zijn gewone verblijfplaats heeft. Hardick is gevestigd in Nederland, zodat de vordering zal worden beoordeeld naar Nederlands recht.
4.4.
Vast staat dat Molax op 9 augustus 2021 om 23:49 uur haar bank opdracht heeft gegeven om een bedrag van € 1.794,76 over te maken naar de derdengeldrekening van de gemachtigde van Hardick. Als onweersproken staat tevens vast dat die betaling van Molax (met valutadatum 10 augustus 2021) op 11 augustus 2021 op de derdengeldrekening van de gemachtigde van Hardick is ontvangen.
4.5.
Molax voert als verweer dat in de brief van 29 juli 2021 is opgenomen dat de betaling moest zijn verricht voor 10 augustus 2021 en dat zij daaraan heeft voldaan door haar bank op 9 augustus 2021 opdracht te geven tot de overboeking. De kantonrechter begrijpt dit verweer aldus dat Molax stelt dat hij ten onrechte in rechte is betrokken, althans dat Hardick de procedure voor de eerste zitting op 10 augustus 2021 had moeten intrekken. Hardick stelt zich op het standpunt dat de vertraging van de ontvangst van de betaling van Molax is veroorzaakt door de late betalingsopdracht van Molax. Het niet tijdig ontvangen van de betaling komt dan ook voor rekening en risico van Molax, aldus Hardick.
4.6.
De kantonrechter dient daarom de vraag te beantwoorden of Molax tijdig heeft betaald. Zij beantwoordt deze vraag ontkennend. Uit artikel 6:114 BW Pro volgt immers dat het tijdstip van een girale betaling, het tijdstip is waarop de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd. Door eerst op 9 augustus 2021 haar bank opdracht te geven tot betaling, heeft Molax, ten onrechte, geen rekening gehouden met de tijd die met een overboeking van een Duitse bank naar een Nederlandse bank gepaard gaat. De niet tijdige bijschrijving op de derdengeldrekening van de gemachtigde van Hardick komt dan ook voor rekening en risico van Molax.
4.7.
Dit leidt tot de conclusie dat Hardick op goede gronden de eerste zitting op 10 augustus 2021 doorgang heeft laten vinden. De als gevolg hiervan daarmee gepaard gaande kosten, zijnde de proceskosten en één aanvullend punt salaris gemachtigde in verband met de conclusie van repliek, komen voor rekening van Molax.
4.8.
Molax zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Hardick begroot op:
- kosten dagvaarding € 85,81
- griffierecht € 507,00
- salaris gemachtigde
€ 374,00(2 punten × tarief € 187,00)
Totaal € 966,81
4.9.
In mindering op bovengenoemd bedrag kan strekken het door Molax reeds betaalde bedrag van € 85,81 voor de dagvaarding en € 180,00 aan salaris gemachtigde, welke bedragen begrepen zaten in de betaling van € 1.794,76. Daarmee komt het toe te wijzen bedrag aan proceskosten uit op € 701,00 (€ 966,81 - € 180,00 - € 85,81 = € 701,00).
4.10.
De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen voor een bedrag van € 93,50 (1/2 punt x toepasselijk tarief van 187,00, met een maximum van € 124,00).
5. De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Molax in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Hardick begroot op € 701,00;
5.2.
veroordeelt Molax in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 93,50;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2021. (TD)