Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
mr. Kolijn en in aanwezigheid van de heer [B] , manager HR;
2.De feiten
1 januari 2020 gewijzigd in een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De laatste functie die [verweerster] vervulde, is die van controller bij de faculteit Behavioural Management and Social Sciences (hierna BMS) met een Universitair Functie Ordeningssysteem-profiel Controller 3, tegen een salaris van thans € 7.054,-- exclusief 8% vakantiegeld en 8,3% eindejaarsuitkering bij een arbeidsomvang van 38 uur per week.
drs. [D] ) is ten aanzien van het totaalbeeld van het functioneren van [verweerster] het volgende opgenomen:
ik heb goed nieuws. Ik heb de thesis met succes verdedigd en ben geslaagd voor mijn MBA opleiding. Om dit heugelijk feit te vieren trakteer ik vandaag om 11.00 uur op gebak in de corner bij het BFD secretariaat. […]
3.Het geschil
€ 96.992,95 bruto en, voor het geval de ontbinding gestoeld is op de i-grond, een aanvullende vergoeding van € 48.496,48 bruto. Daarnaast verzoek zij om toekenning van een billijke vergoeding van € 1.325.779,00 bruto vanwege ernstig verwijtbaar handelen van de UT. Anders dan de UT stelt, heeft de UT niet voldaan aan haar herplaatsingsplicht en heeft zij zelfs sollicitaties op eigen initiatief van [verweerster] gefrustreerd. Tevens heeft [verweerster] diverse nevenverzoeken ingediend waaronder de uitbetaling van opgebouwde en niet-genoten vakantie-uren, alsmede verzoeken betreffende de aan [verweerster] ter beschikking gestelde bedrijfsmiddelen van de UT.