4.4De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 maart 2019 tot en met 25 april 2019 te Enschede, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] , door
- die [aangever] een groot aantal (whatsapp)berichten toe te sturen en
- de voicemail van die [aangever] in te spreken en
- telefonisch contact op te nemen met familie en/of vrienden van die [aangever] en
- de woning van die [aangever] binnen te dringen en
- zich in de woning van die [aangever] op te houden en
- zich al dan niet luid schreeuwend in de onmiddellijke nabijheid van de woning van die [aangever] op te houden en daarbij tegen de deur van die woning te schoppen en/of te trappen en
- zich op de plaats waar die [aangever] verbleef op te houden, met het oogmerk die [aangever] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en vrees aan te jagen;
hij in de periode van 16 maart 2019 tot en met 25 april 2019 in Nederland, [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door
- de navolgende tekst op de voicemail van die [aangever] in te spreken: " [aangever] , ik zweer het je, als je me niet via Facetime terugbelt, ik maak je kapot!" en
die [aangever] de navolgende berichten toe te zenden:
- " Ik trap jou hele kanker keet in elkaar en jou erbij" en
- " [aangever] ik zweer het op alles kom niet in Enschede ik maak je af" en
- " Jij kan beter de vlucht nemen (ik) maak je af";
hij op 25 april 2019 te Enschede opzettelijk en wederrechtelijk een kandelaar en kaarsen, die aan een ander, te weten aan [aangever] toebehoorden, heeft vernield.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.