Op 29 september 2021 vond een telefonische zitting plaats over de voordracht tot opheffing van het faillissement van Private Limited Company [bedrijf 1] Ltd. Tijdens deze zitting vroeg de voormalig bestuurder, verzoeker, om een proces-verbaal, wat mr. Verhoeven niet standaard wilde toezeggen. Verzoeker wrakte mr. Verhoeven wegens vermeende vooringenomenheid en de schijn daarvan.
Mr. Verhoeven stelde dat de zitting kort was en dat verzoeker bleef aandringen op het recht op een proces-verbaal zonder inhoudelijk in te gaan op de faillissementsopheffing. Hij benadrukte dat hij niet betrokken was bij het faillissement zelf en slechts een beperkte taak had tijdens deze zitting.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen concrete feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Het niet direct toezeggen van een proces-verbaal vormt geen grond voor wraking. Verzoeker had onvoldoende onderbouwd waarom mr. Verhoeven vooringenomen zou zijn.
De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond en benadrukte dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat.