Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
van die [slachtoffer] te brengen en/of
die [slachtoffer] te betasten en/of te aaien en/of
uitgedaan en/of
verzet/weerstand van die [slachtoffer] en/of
vagina en/of de anus van die [slachtoffer] en/of
vagina en/of het lichaam van die [slachtoffer] en/of
door die [slachtoffer] .
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
verkrachting, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
24 maanden bij verkrachting.
8.De schade van benadeelde
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
verkrachting, terwijl het feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen;
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden;
schadevergoeding
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 7.500,- (zegge: zevenduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 72 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;