Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling op 26 oktober 2021;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Overijssel
Partijen hadden sinds 2014 een affectieve relatie die anderhalf jaar geleden is beëindigd. Zij wonen samen met hun minderjarige kind in de koopwoning van eiser. Eiser vordert in kort geding dat gedaagde de woning verlaat omdat zij zonder recht of titel verblijft en hij eigenaar is.
Gedaagde erkent de gezondheidssituatie van eiser en is bereid te vertrekken zodra zij een alternatieve woonruimte vindt, wat tot op heden niet is gelukt. De voorzieningenrechter stelt vast dat eiser een spoedeisend belang heeft en dat zijn eigendomsrecht hem het recht geeft de woning op te eisen.
De vordering wordt toegewezen met een termijn van 14 dagen voor ontruiming en een dwangsom van maximaal €6.000,-. De inzet van de sterke arm wordt afgewezen omdat ontruiming alleen door een deurwaarder mag worden uitgevoerd. Proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld de woning binnen 14 dagen te verlaten met een dwangsom van maximaal €6.000,-.