Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd en kantoorhoudende te Hardenberg,
wonende te [woonplaats],
Rechtbank Overijssel
DGB Energie B.V. en de gedaagde sloten op 5 april 2020 een leveringsovereenkomst voor gas en elektriciteit. DGB startte de levering op 17 mei 2020. De gedaagde verhuisde per 1 juli 2020, maar gaf dit volgens DGB niet tijdig door. Pas op 16 december 2020 meldde zij de verhuizing en beëindiging van de overeenkomst.
DGB stelde dat de gedaagde vier facturen niet had betaald, inclusief incassokosten. De gedaagde betwistte dit en stelde dat zij in juni 2020 een verhuismelding had gedaan, die niet was verwerkt, en dat de meterstanden onjuist waren opgenomen in de eindafrekening.
De kantonrechter oordeelde dat de e-mail van 16 december 2020 overtuigend was en dat de gedaagde geen bewijs had geleverd van een eerdere verhuismelding. Tevens achtte de rechter de aanmaningskosten onterecht, omdat deze al in de incassokosten waren begrepen. De vordering werd daarom verminderd tot €144,57 plus wettelijke rente.
Omdat beide partijen deels in het ongelijk waren gesteld, werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €144,57 plus wettelijke rente en proceskosten worden gecompenseerd.