Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
De verleiding om de scooter uit de schuur te halen is erg groot, dus dat hebben we gedaan(…).
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;
medeplichtigheid aan opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;
medeplichtigheid aan opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
120 (honderdtwintig) uren;
bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte van 60 (zestig) uren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaarden:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
60 dagen, subsidiair 30 dagen;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de onder 2 primair en 3 bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 287,88, (zegge: tweehonderd en zevenentachtig euro en acht-en-tachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 879,30 (zegge: achthonderd en negenenzeventig euro en dertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 9 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;