7.3De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bedreigen van zijn ouders door hen een bijl voor te houden en hen daarbij te bedreigen met de dood. Verdachte heeft zijn vader ook schriftelijk bedreigd. Daarnaast heeft verdachte spullen van zijn ouders en van [daklozenopvang] vernield. De impact van de bedreigingen waren groot voor de ouders van verdachte. Het is zeer kwalijk te noemen dat verdachte zijn ouders heeft bedreigd met de dood in hun eigen woning, een plek waar zij zich veilig zouden moeten voelen. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van geweldsmisdrijven hiervan bij hun dagelijks functioneren nog lange tijd de gevolgen ondervinden. Uit de aangifte van de moeder van verdachte blijkt dat zij, naast dat zij heel verdrietig is dat het niet goed gaat met haar zoon, heel bang is dat hij haar en haar man iets aan gaat doen.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 1 juli 2021 waaruit blijkt dat verdachte eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld.
Om inzicht te krijgen in de persoon van de verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van de Pro Justitia rapportage van 3 augustus 2021, opgesteld door drs. B.Y. van Toorn, GZ-psycholoog en dr. A.J.W.M. Trompenaars, psychiater.
De psycholoog en de psychiater zijn tot de conclusie gekomen dat bij verdachte sprake is van een psychische stoornis in de zin van een autismespectrumstoornis gecombineerd met een periodieke explosieve stoornis. Daarnaast is er, mede als gevolg van het autisme, een verstandelijke beperking vastgesteld bij verdachte. Verdachte is afhankelijk van cannabis en misbruikt incidenteel harddrugs, waardoor hij psychotische overschrijdingen ervaart.
De stoornissen waren aanwezig ten tijde van de ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft onder invloed van de stoornissen de ten laste gelegde agressie onder parketnummer 08/324528-20 voornamelijk functioneel ingezet, terwijl verdachte bij de feiten ten laste gelegd onder parketnummer 08/085052-21 meer onder invloed lijkt te zijn geweest van overmatig hoog oplopende emoties. Verdachte was door de stoornissen onverschillig over de gevolgen van zijn handelen en heeft die gevolgen ook niet kunnen overzien. Beide deskundigen adviseren dan ook verdachte de ten laste gelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen.
De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog en de psychiater over en maakt deze tot de hare. Dat betekent dat het voor de rechtbank vaststaat dat bij verdachte ten tijde van het plegen van de feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, ten gevolge waarvan hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar gehouden dient te worden ter zake de hem ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten.
Uit de rapportage van de psycholoog en de psychiater blijkt verder dat zij het risico op recidive van gewelddadig gedrag in de toekomst zowel op de korte- als op de lange termijn als hoog tot zeer hoog inschatten, waarbij de kans dat iemand daarbij ernstig lichamelijk letsel oploopt, verhoogd tot hoog is. Verdachte is ondanks de momenteel in het PPC gerealiseerde relatieve stabilisatie, een kwetsbare en snel te ontregelen man die geweld functioneel zal inzetten om zijn zin te krijgen en vervolgens ook impulsief over kan gaan tot ernstig destructief gedrag. Daarbij is het denkbaar dat de kans op geweld richting de ouders het hoogst is, omdat verdachte zich in zijn houding ten opzichte van zijn ouders niet te beïnvloeden toont. Mocht verdachte in vrijheid komen zonder verdere behandeling, dan kunnen nieuwe geweldsescalaties niet uitblijven.
Om de kans op toekomstig geweld terug te dringen dienen zowel een behandeling, gericht op gedragsverandering, als begeleiding, gericht op het handhaven van het psychisch evenwicht, gerealiseerd te worden. De psycholoog en de psychiater adviseren begeleiding in een residentieel verblijf in een hoog gestructureerde en zorg-intensieve omgeving met een gespecialiseerd aanbod voor mensen met autismespectrumproblematiek en beperkte intellectuele vaardigheden. Zij denken daarbij aan een langdurige klinische opname op een forensische afdeling met een hoog beveiligingsniveau en een hoge zorgintensiteit. Na stabilisatie en behandeling van zijn problematiek kan verdachte stapsgewijs doorstromen naar een minder zorg-intensieve afdeling en kunnen zijn vrijheden worden uitgebreid. De psycholoog en de psychiater komen tot het advies dat zowel de behandeling als de begeleiding gerealiseerd kunnen worden binnen het juridische kader van een maatregel terbeschikkingstelling (hierna: TBS-maatregel) met voorwaarden.
Tenslotte heeft de rechtbank kennis genomen van de reclasseringsadviezen van 18 mei 2021, 23 juli 2021 en 30 september 2021 en van hetgeen M. van Wilsum, reclasseringswerker, ter terechtzitting van 9 november 2021 heeft verklaard.
De reclassering beschrijft verdachte als een zorgmijder die al in beeld is geweest bij veel hulpverlenende instanties. De relatie met de reclassering is problematisch en na een mislukt reclasseringstraject hield verdachte het contact met de reclassering af omdat hij zich tekort gedaan en niet gehoord voelde. In de gesprekken ten behoeve van een TBS-maatregelenrapport lijkt verdachte zich toch bereidwillig op te stellen. In het PPC te Zwolle waar verdachte verblijft lijkt hij te stabiliseren door het ritme en de structuur van de instelling. De reclassering schat het risico op recidive in op hoog, door het gebrek aan intrinsieke motivatie tot gedragsverandering in combinatie met de psychische problematiek waarmee verdachte kampt. De reclassering ziet ook risico’s in het traject van de TBS-maatregel met voorwaarden, omdat verdachte, hoewel nu meewerkend aan een kader van de TBS-maatregel, enkel externe motivatie laat zien. De kans dat verdachte zich zal onttrekken aan de voorwaarden schat de reclassering in als gemiddeld-hoog. Toch adviseert de reclassering – met enige terughoudendheid – een TBS-maatregel met voorwaarden als mogelijkheid om verdachte in een klinische setting langdurig te stabiliseren. De reclassering heeft in haar rapport van 30 september 2021 de voorwaarden geformuleerd waarmee zij dit advies kunnen ondersteunen. Ter terechtzitting is gebleken dat er per 30 november 2021 een plek beschikbaar is voor verdachte in FPK De Woenselse Poort. De heer Van Wilsum heeft ter terechtzitting van 9 november 2021verklaard dat de reclassering deze plaatsing als een kans voor verdachte ziet en heeft verder verklaard geen aanvullingen te hebben op het advies van 30 september 2021.
TBS-maatregel
De rechtbank stelt op basis van de voornoemde rapporten van de deskundigen vast dat er bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Daarnaast is er gevaar voor herhaling van het plegen van strafbare feiten. Gezien de ernst van de stoornis en het hoge recidivegevaar en gevaar voor anderen indien verdachte onbehandeld in de maatschappij terugkeert, acht de rechtbank het opleggen van de TBS-maatregel noodzakelijk, nu de veiligheid van de samenleving zulks vereist.
De rechtbank stelt vast dat de voorgestelde klinische behandeling en begeleiding van verdachte noodzakelijk is om de kans op toekomstig geweld terug te dringen. Een TBS-maatregel met voorwaarden is op zichzelf beschouwd een passend kader. Verdachte heeft in het verleden weliswaar reeds vele keren behandelrelaties eenzijdig afgebroken, maar heeft nu herhaaldelijk aangegeven bereid te zijn om mee te werken aan de TBS met voorwaarden. Verdachte heeft nog nooit een behandeling in een forensische setting ondergaan en de NIFP-rapporteurs hebben benoemd dat verdachte, vanwege zijn onvermogen, mogelijk in een TBS-kliniek minder op zijn plaats zal zijn dan in de behandelsetting van een FPK.
De rechtbank constateert dat wordt voldaan aan de eisen die de wet stelt aan oplegging van de TBS-maatregel. De door verdachte gepleegde bedreigingen en vernielingen zijn begaan terwijl bij hem een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en zijn feiten als bedoeld in artikel 37a, eerste lid, aanhef en onder 2, Sr. Daarnaast eist de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van de TBS-maatregel zoals hiervoor overwogen.
De reclassering heeft voorwaarden geformuleerd in het rapport van 30 september 2021. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard zich aan die voorwaarden te willen houden. De rechtbank zal deze voorwaarden, die zien op het gedrag van verdachte, aan de TBS-maatregel verbinden.
Nu de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, kan de totale duur van de maatregel, indien deze wordt omgezet naar TBS met verpleging van overheidswege, een periode van vier jaren te boven gaan.
De rechtbank zal deze terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat er ernstig rekening gehouden moet worden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van één of meer personen. Verdachte heeft zich immers in zijn houding richting zijn ouders niet beïnvloedbaar getoond, zodat het risico op geweldescalaties richting hen hoog wordt geacht.
Maatregel 38z Sr
De aard van de strafbare gedragingen in combinatie met de gedeeltelijk ontkennende en niet beïnvloedbare houding van verdachte baren de rechtbank ernstig zorgen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het vanuit veiligheidsoogpunt niet verantwoord is verdachte na afloop van de TBS-maatregel zonder enig toezicht te laten terugkeren in de maatschappij. De rechtbank zal daarom de gedragbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van de maatregel is voldaan. De beoordeling van de noodzaak tot tenuitvoerlegging van de maatregel, en indien nodig onder welke voorwaarden, zal in de laatste fase van de aan verdachte opgelegde TBS-maatregel plaatsvinden. In het kader van die beoordeling dient een risicotaxatie van het dan aanwezige recidivegevaar en de noodzaak van behandeling en begeleiding, plaats te vinden.
De op te leggen straf
Tot slot is de rechtbank van oordeel dat, ondanks de omstandigheid dat de nadruk op de behandeling van verdachte dient te liggen, het opleggen van een gevangenisstraf ook op zijn plaats is. Vanwege de omstandigheid dat verdachte, gezien de vastgestelde verminderde toerekeningsvatbaarheid, toch gedeeltelijk voor de bewezen verklaarde feiten verantwoordelijk kan worden gehouden, zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 258 dagen. Dat zal inhouden dat verdachte, na aftrek van het voorarrest, op 30 november 2021 vanuit de PI kan worden overgebracht naar hetzij FPK De Woenselse Poort, hetzij naar een overbruggingsplek.