ECLI:NL:RBOVE:2021:4373
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vonnis kort geding over herstel gebreken huurwoning en huurvermindering
In deze zaak vordert de huurder, vertegenwoordigd door haar bewindvoerder, dat de verhuurder een vijftiental gebreken aan de huurwoning herstelt en een voorschot op huurvermindering betaalt vanwege vocht- en schimmelproblemen.
De verhuurder stelt dat veel gebreken inmiddels zijn verholpen en dat de resterende punten niet voor zijn rekening komen. Tijdens een gerechtelijke bezichtiging zijn de gebreken beoordeeld. De kantonrechter constateert dat de meeste gebreken zijn opgelost, maar dat enkele punten zoals de lichtschakelaar en de onderdorpel van het voorraam nog hersteld moeten worden.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en veroordeelt de verhuurder tot herstel binnen vier weken. De gevorderde huurvermindering wordt afgewezen omdat de huurder bij aanvang van de huurovereenkomst op de hoogte was van de werkzaamheden en onvoldoende aannemelijk is dat de bodemrechter tot een huurvermindering zal komen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verhuurder wordt veroordeeld tot herstel van enkele gebreken binnen vier weken; huurvermindering wordt afgewezen.