Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[A],
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een vordering tot betaling van werkzaamheden op basis van een mondelinge overeenkomst van opdracht tussen een opdrachtnemer en opdrachtgever. De werkzaamheden bestonden voornamelijk uit het vervoeren van brood naar een bakkerij. De kern van het geschil was de hoogte van het loon en de vraag of hogere bedragen in rekening mochten worden gebracht voor ritten met de eigen auto van de opdrachtnemer.
De rechtbank stelde vast dat partijen waren overeengekomen dat de opdrachtnemer de ritten met de bakwagen van de opdrachtgever zou uitvoeren en dat het loon de helft van wat de opdrachtgever van Flex Koeriers ontving zou bedragen. Er bestond onenigheid over het exacte bedrag per rit en of dit ook voor ritten met de eigen auto van de opdrachtnemer gold.
Uit WhatsApp-berichten bleek dat de opdrachtgever toestemming had gegeven voor het gebruik van de eigen auto, mede vanwege praktische redenen. De rechtbank oordeelde dat de opdrachtnemer daarom het hogere bedrag mocht rekenen voor deze ritten. Verder wees de rechtbank het beroep op wanprestatie af, omdat geen tekortkoming was vastgesteld.
De rechtbank veroordeelde de opdrachtgever tot betaling van het aangepaste bedrag van €1.864,15, vermeerderd met wettelijke rente, en in de proceskosten.
Uitkomst: Opdrachtgever moet €1.864,15 betalen aan opdrachtnemer, vermeerderd met wettelijke rente; hogere bedragen voor ritten met eigen auto zijn toegestaan.