Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2021:4486

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
30 november 2021
Publicatiedatum
30 november 2021
Zaaknummer
08/963534-19 (LP) (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197a SrWet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij mensensmokkel en valsheid in geschrifte

De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 24-jarige vrouw die samen met haar familie werd verdacht van betrokkenheid bij mensensmokkel, bezit van valse reisdocumenten en deelname aan een criminele organisatie. De tenlastelegging betrof onder meer het behulpzaam zijn bij het verschaffen van toegang en verblijf in Nederland van een persoon met de Syrische nationaliteit, het voorhanden hebben van valse identiteitsdocumenten en deelname aan een criminele organisatie gericht op mensensmokkel.

Tijdens de terechtzittingen op 15 en 16 november 2021 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gehoord. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het bezit van valse documenten en veroordeling voor de andere feiten, terwijl de verdediging integrale vrijspraak bepleitte.

De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de betrokkenheid van verdachte bij de mensensmokkel overtuigend vast te stellen. Ook was er geen bewijs dat zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de valse documenten aanwezig waren. Gezien deze bevindingen sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie.

Het vonnis werd uitgesproken op 30 november 2021 door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Zwolle.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij mensensmokkel, bezit van valse documenten en deelname aan een criminele organisatie.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08/963534-19 (LP) (P)
Datum vonnis: 30 november 2021
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] (Syrië),
wonende te [adres] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 november 2021 en 16 november 2021.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. Y. Oosterhof en van hetgeen door de raadsman mr. T. Sönmez, advocaat te Rotterdam, namens verdachte naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich - al dan niet samen met een of meer anderen - schuldig heeft gemaakt aan:
  • Feit 1: mensensmokkel;
  • feit 2: het voorhanden hebben van valse/vervalste id-kaarten en/of reisdocumenten en/of rijbewijzen;
  • feit 3: deelname aan een criminele organisatie.
Voluit luidt de - ter terechtzitting van 15 november 2021 gewijzigde - tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

Zij in of omstreeks de periode van 4 december 2018 tot en met 8 december 2018
te Patras, althans in Griekenland, en/of te Grootebroek, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een persoon met de Syrische nationaliteit, te weten [naam 1] , althans een
ander,
*behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis
door,
en/of uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in
Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of
Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te
New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,
over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New
York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,
en/of voornoemde persoon daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft
verschaft
immers heeft/hebben verdachte en/of diens mededader(s):
-een auto aangeschaft om bovengenoemd persoon te vervoeren, en/of
-contact onderhouden met en/of instructies gegeven aan en/of ontvangen van,
en/of afspraken gemaakt met een of meer medeverdachten over de organisatie
en/of de coordinatie en/of het verloop van het vervoer van bovengenoemd
persoon, en/of
-bovengenoemd persoon te voorzien van een (reis/vervoers)document, en/of
-contact onderhouden met en/of instructies gegeven aan en/of ontvangen van
een of meer medeverdachten over de betaling(en) / financiën met betrekking
tot de reis, te weten het verkrijgen van een code om een betaling te kunnen
ontvangen
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen
had(den) te vermoeden dat die toegang en/of die doorreis wederrechtelijk was;

2.

Zij op of omstreeks 19 februari 2019 te Grootebroek, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of
meerdere reisdocument(en) en/of identiteitsbewij(s)(zen) en/of
rijbewij(s)(zen) als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht
voorhanden heeft/hebben gehad, te weten
-een nationale identiteitskaart van Italië - met nummer [nummer 1] , ten name
van [naam 2] -, en/of
-een nationale identiteitskaart van Italië - met nummer [nummer 2] , ten name
van [naam 3] -, en/of
-een nationaal paspoort van Syrië - met nummer [nummer 3] , ten name van
[medeverdachte 1] - , en/of
-een nationaal rijbewijs van Syrië - met nummer [nummer 4] , ten name van [medeverdachte 2]
-, en/of
-een nationale identiteitskaart van Griekenland - met nummer [nummer 5] , ten
name van [naam 4] en/of
-een nationaal rijbewijs van Griekenland - met nummer [nummer 5] , ten name van
[medeverdachte 3] -,
waarvan zij en/of haar mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)
vermoeden dat deze vals of vervalst was/waren;
3.
Zij in of omstreeks de periode van 4 december 2018 tot en met 19 februari 2019
in Griekenland en/of te Grootebroek, althans in Nederland,
heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hem, verdachte, en/of
- [medeverdachte 2] en/of
- [medeverdachte 4] en/of
- [medeverdachte 3] en/of
- [medeverdachte 1] en/of
- [medeverdachte 5] ,
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het
plegen van mensensmokkel (artikel 197a Wetboek van Strafrecht);

3.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.Vrijspraak

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde en te veroordelen voor het onder 1en 3 ten laste gelegde.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Feit 1 (smokkel van [naam 1] ):
Naar het oordeel van de rechtbank kan het onder feit 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen worden, zodat verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe het navolgende.
Uit de bewijsmiddelen blijkt weliswaar van meerdere aanwijzingen die duiden op betrokkenheid van verdachte bij de smokkel van [naam 1] , maar naar het oordeel van de rechtbank zijn die aanwijzingen onvoldoende om de daadwerkelijke betrokkenheid van verdachte bij deze mensensmokkel op overtuigende wijze vast te kunnen stellen.
De rechtbank betrekt in haar afwegingen onder meer dat uit de bewijsmiddelen onvoldoende kan worden afgeleid in hoeverre verdachte welbewust (met het opzet op mensensmokkel) informatie aan andere familieleden heeft doorgegeven.
Feit 2 (voorhanden van valse/vervalste id-kaarten en/of reisdocumenten en/of rijbewijzen):
Naar het oordeel van de rechtbank is er in het dossier geen bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde valse documenten aanwezig waren in de woning te Grootebroek, zodat verdachte van het voorhanden hebben van het onder 2 ten laste feit dient te worden vrijgesproken.
Feit 3 (deelname aan een criminele organisatie):
Gelet op het voorgaande dient verdachte eveneens te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie.

5.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. H.R. Schimmel en
mr. S.H. Peper, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 30 november 2021.