Eisers vorderden in kort geding dat de gemeente Enschede het afgesloten olifantenpaadje ongedaan maakt en het pad openhoudt, met een beroep op een recht van buurweg en onrechtmatig handelen van de gemeente. Het pad liep van de straat waar eisers wonen naar het buitengebied, maar was in 2015 verwijderd toen de grond bouwrijp werd gemaakt en verkocht aan een derde.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij een recht van buurweg hadden, omdat zij niet direct aan het tegelpad grensden en het pad niet als uitweg vanaf hun perceel diende. Ook was het huidige olifantenpaadje ontstaan door gebruik en jarenlang gedoogd, maar de gemeente mocht dit afsluiten na belangenafweging.
De gemeente handelde niet onrechtmatig door het pad te verwijderen en af te sluiten. Er was een alternatief pad beschikbaar dat iets langer was maar beter begaanbaar. Toezeggingen van de gemeente over het pad waren niet zodanig dat eisers gerechtvaardigd vertrouwen konden ontlenen aan onbepaalde openstelling. De belangen van de familie die aan het pad grenst en privacy hadden werden meegewogen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het besluit van de gemeente tot afsluiting redelijk is en dat de vordering van eisers onvoldoende kans van slagen heeft. De vordering wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.