De rechtbank Overijssel heeft op 2 december 2021 uitspraak gedaan in een zaak waarin een 37-jarige man werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod uit de Opiumwet met betrekking tot een grote hoeveelheid hennep. De officier van justitie vorderde een ontnemingsbedrag van 236.452,88 euro, later gewijzigd naar 223.671,53 euro, dat door drie gedeeld moest worden vanwege medeverdachten.
De verdediging stelde dat het ontnemingsbedrag aanzienlijk lager moest zijn, op basis van verklaringen over het aantal oogsten en betrokkenheid van medeverdachten. De rechtbank nam het rapport van 4 januari 2021 als uitgangspunt, dat uitging van minimaal vier oogsten, gebaseerd op gebruikte voedingsmiddelen, mengverhouding, CO2-toevoeging en aantal planten.
De rechtbank achtte de berekening van het aantal oogsten aannemelijk en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op 75.557,18 euro, door het totale berekende bedrag door drie te delen vanwege samenwerking met twee anderen. Tevens werd opgemerkt dat een schadevergoeding van 20.483,64 euro aan Liander NV nog niet was voldaan en daarom niet in mindering werd gebracht.
De veroordeelde werd verplicht tot betaling van dit bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met een maximale gijzelingstermijn van 1080 dagen bij niet-betaling. De uitspraak werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel.