Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
274 (tweehonderdvierenzeventig) dagen;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege zal worden verpleegd;
€ 750,-- (bestaande uit immateriële schade);
16 februari 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 750,--, (zegge: zevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
16 februari 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 15 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 306,13 (zegge: driehonderd zes euro en dertien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 6 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
wijstde vordering
af.
mr. R.G.J. Gehring, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 december 2021.
U houdt mij de verdenking ten aanzien van feit 1 voor. Wat op de ten laste legging staat klopt.
Op dinsdag 16 februari 2021 omstreeks 17:45 uur, werd ik door de politie gebeld. Ik kreeg toen te horen dat [verdachte] tijdens een verhoor in het arrestantencomplex te Borne bedreigingen had geuit. De tekst waar de bedreigingen in stonden werd door de politie letterlijk voorgelezen. Toen ik hoorde wat [verdachte] had gezegd, schrok ik daar heel erg van. Ik wil benadrukken dat ik heel erg bang ben voor [verdachte] .
V = Vraag verbalisant(en)
Op 16 februari 2021 te 17:46 uur, heb ik op verzoek van de officier van justitie telefonisch contact gehad met [naam] , de ex-vriendin van verdachte [verdachte] . Het verzoek was om [naam] in kennis te stellen van de bedreigingen die [verdachte] had geuit tijdens het politieverhoor op 3 februari 2021. Ik las een stuk uit het verhoor waar de bedreigingen in stonden aan [naam] . “Ik zie mijn kinderen nu niet meer. Maar dat komt wel weer binnen nu en een maand. En anders ontvoer ik ze wel. Of schiet ik ze een kogel door de kop.”
Tijdens het voorlezen hoorde ik dat [naam] emotioneel werd. Ik hoorde [naam] zeggen dat ze ervan schrok;