ECLI:NL:RBOVE:2021:4551
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen kinderrechter in ondertoezichtstelling
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen kinderrechter mr. L. Pieters tijdens de mondelinge behandeling van een ondertoezichtstelling van zijn minderjarige zoon. Hij stelde dat de rechter bevooroordeeld was en zich achter een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming stelde, dat volgens hem onwaarheden bevatte.
Tijdens de zitting werd het verzoek behandeld, waarbij mr. Pieters haar standpunt toelichtte en benadrukte dat zij de orde moest bewaken en dat het stellen van kritische vragen niet wijst op vooringenomenheid. De wrakingskamer onderzocht of er concrete feiten of omstandigheden waren die een objectieve vrees voor partijdigheid rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek ongegrond is omdat de rechter voldoende gelegenheid gaf voor hoor en wederhoor, geen definitief standpunt tijdens de zitting innam en de orde handhaafde zonder vooringenomen te zijn. Ook het feit dat verzoeker meerdere keren werd aangesproken op zijn communicatie en de zaal verliet, leidde niet tot een gegronde vrees voor partijdigheid.
De beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kinderrechter mr. L. Pieters wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.