ECLI:NL:RBOVE:2021:4560
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vernietiging verdeling eenvoudige gemeenschap afgewezen wegens verjaring
In deze zaak stond de verdeling van een eenvoudige gemeenschap tussen partijen centraal, waarbij eiser vorderde betaling wegens verdeling van een gezamenlijke investering in een houtverwerkingsproject in Georgië.
Partijen waren het erover eens dat sprake was van een gezamenlijk project en dat winstuitkeringen gelijkelijk verdeeld zouden worden. De rechtbank oordeelde dat er inderdaad een eenvoudige gemeenschap bestond, maar dat de verdeling daarvan reeds in 2006 had plaatsgevonden toen een betaling van € 50.000,- werd gedaan aan eiser.
De rechtbank stelde vast dat de vordering tot vernietiging van de verdeling verjaard was, omdat deze binnen drie jaar na de verdeling had moeten worden ingesteld. Hierdoor werden zowel de hoofdvordering tot betaling als de vordering tot handelsrente afgewezen.
Eiser werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten, die werden begroot op in totaal € 4.435,- exclusief wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot betaling wegens verdeling van de gemeenschap is afgewezen wegens verjaring.