Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
- verdachte niet haar biologische vader is, maar een strenge stiefvader;
- [slachtoffer] minder aandacht kreeg na de geboorte van haar halfbroertje;
- [slachtoffer] is beïnvloed door haar tante [naam 1] en haar partner;
- [slachtoffer] manipulatief, onhandelbaar en leugenachtig is en al geruime tijd seksueel actief.
"Dan heeft dat tering jonk het toch voor elkaar om ons uit elkaar te krijgen”. Hij zei: "Wat heeft ze lopen te vertellen, dat ik haar misbruik heb of zo? Ik ben geen pedofiel!Ik heb toen de haak erop gegooid. Ik dacht dat is toch niet het eerste wat je zegt wat er in je opkomt. Hij had duizend andere dingen kunnen zeggen”
.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van de benadeelde
€ 10.013,34 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2021, bestaande uit materiële en immateriële schade. Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
primairtenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
verkrachting, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een kind dat hij verzorgt of opvoedt als behorend tot zijn gezin, meermalen gepleegd;
primairbewezenverklaarde;
onvoorwaardelijke gevangenisstrafvoor de duur van
vijf (5) jaren;
€ 10.013,34 (zegge tienduizenddertien euro en vierendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2021.
maatregelop dat de veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 10.013,34 (zegge tienduizenddertien euro en vierendertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 september 2018 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
85 (zegge vijfentachtig)dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van