ECLI:NL:RBOVE:2021:4610
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ondernemingsraad tot aanpassing diensttijdenregeling Keolis wegens onvoldoende bewijs schending afspraak
De ondernemingsraad (OR) van Keolis Nederland B.V. vordert in kort geding dat Keolis de op- en afstaptijden uit 2019 hanteert in plaats van die uit 2021, omdat Keolis volgens de OR de afspraak heeft geschonden dat bij niet-operationeel zijn van het LMS/DMS-systeem op 1 september 2021 de oude tijden gelden.
Keolis voert verweer dat het LMS/DMS-systeem sinds begin 2021 operationeel is, met kinderziekten in de opstartfase, en dat de kortere tijden passen bij de afgesproken werkwijze. De OR heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het systeem niet operationeel was. Daarnaast is het geschil te complex voor kort geding en is een bodemprocedure aanhangig.
De kantonrechter oordeelt dat de OR onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de schending van de afspraak en dat de belangenafweging in het voordeel van Keolis uitvalt. De gevraagde ingreep is ingrijpend en moeilijk terug te draaien, terwijl een definitieve uitspraak in de bodemprocedure spoedig wordt verwacht. Ook het aanbod van Keolis om samen te werken is door de OR afgewezen. De vordering wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De vordering van de ondernemingsraad tot aanpassing van de diensttijdenregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en belangenafweging.