Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Partijen waren getrouwd en sloten in 2015 een leenovereenkomst waarbij gedaagde €5.300 leende van eiser, terug te betalen in maandelijkse termijnen van €53 over tien jaar. Gedaagde betaalde tien termijnen en stopte daarna met betalen.
Eiser vorderde betaling van het resterende bedrag van €5.681,86, inclusief bedragen gerelateerd aan een levensverzekering en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde voerde verweer dat de lening nog niet volledig opeisbaar was en betwistte de onderbouwing van de vorderingen.
De kantonrechter oordeelde dat de lening inderdaad nog niet volledig opeisbaar is en wees alleen het bedrag toe dat inmiddels opeisbaar is, zijnde €298,41. De vorderingen met betrekking tot de levensverzekering en het openstaande bedrag uit de lening werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De buitengerechtelijke incassokosten werden eveneens afgewezen omdat niet was gebleken dat een correcte aanmaning was verzonden. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €298,41 met wettelijke rente; overige vorderingen worden afgewezen.