Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3. De voorvragen
Stb.2004, 105) houdt ten aanzien van artikel 126n Sv onder meer het volgende in:
Rechtbank Overijssel
Op 22 november 2020 vond een schietincident plaats bij een tankstation in Enschede waarbij het slachtoffer in de schouder werd geraakt. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van poging tot doodslag, verboden wapenbezit en het wegmaken van een vuurwapen en auto.
De officier van justitie stelde dat verdachte nauw samenwerkte met medeverdachten en onder meer de schutter aanspoorde om te schieten en het vuurwapen verstopte in Duitsland. De verdediging voerde aan dat verdachte niet op de plaats delict was, dat verklaringen van een medeverdachte onbetrouwbaar waren en dat er geen bewijs was voor medeplegen of medeplichtigheid.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van medeverdachte betrouwbaar waren tot het moment van het schietincident, maar dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte een materiële of intellectuele bijdrage had geleverd aan het schieten of het bezit van het wapen. De rechtbank verwierp het verweer dat sprake was van een vormverzuim omtrent verkeersgegevens van de advocaat.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank vond dat niet bewezen was dat verdachte betrokken was bij de poging tot doodslag, het voorhanden hebben van het vuurwapen of het wegmaken daarvan en de auto.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging tot doodslag en verboden wapenbezit.