ECLI:NL:RBOVE:2021:4736
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming TOFA wegens toepassing opting-in-regeling
Eiseres verzocht het UWV om een tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA). Het UWV wees de aanvraag af omdat eiseres volgens de polisadministratie niet als werknemer wordt gezien, maar werkzaam is op basis van de opting-in-regeling, waardoor zij niet verzekerd was voor werknemersverzekeringen en niet voldeed aan het vereiste SV-loon van minimaal €400 in februari 2020.
Eiseres voerde aan dat sprake is van een fictieve dienstbetrekking en dat de feitelijke arbeidsrelatie niet overeenkomt met de opting-in-regeling. Zij stelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan en dat de afwijzing onevenredige gevolgen heeft, waarbij het evenredigheidsbeginsel en de menselijke maat in acht genomen hadden moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht uitging van de polisadministratie en dat eiseres onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om dit te betwisten. De rechtbank wees erop dat de TOFA-regeling een noodmaatregel is met een beperkte doelgroep en dat geen ruimte is voor bijzondere omstandigheden. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en concludeerde dat de afwijzing op goede gronden is gebaseerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar TOFA-aanvraag wordt ongegrond verklaard.