Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,
1.De procedure
2.Inleiding
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 1.119,00(3 punten x tarief € 373,00)
Rechtbank Overijssel
Partijen sloten eind 2016 een overeenkomst voor tuinrenovatie en vijveraanleg. Kort daarna ontstond een geschil over de kwaliteit van het werk. Op 11 juni 2017 spraken partijen mondeling af dat de gedaagde de kosten van herbouw van de vijver zou betalen. Het terras vertoonde gebreken, met name aan het voegwerk en mogelijk ook aan de tegelplaatsing.
De kantonrechter stelt vast dat het voegwerk gebrekkig was en dat de schade aan het terras deels veroorzaakt is door het gebruik van zwaar materieel tijdens herstelwerkzaamheden. Daarom wordt proportionele aansprakelijkheid toegepast: 50% van de herstelkosten komen voor rekening van de gedaagde. De kosten voor het opnieuw leggen en voegen van het terras worden vastgesteld op € 2.945,65, waarvan de helft door de gedaagde betaald moet worden.
Ten aanzien van de vijver is vastgesteld dat herstel niet mogelijk was en dat partijen overeenkwamen dat de gedaagde de kosten van herbouw zou dragen. De gedaagde erkende dit in correspondentie. Omdat de vijver groter is geworden dan oorspronkelijk, wordt een deel van de kosten door de eiser zelf gedragen. De rechtbank stelt de vergoeding voor herbouw vast op € 7.817,07.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 22 september 2020. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De gedaagde draagt tevens de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van herstelkosten terras en herbouw vijver, vermeerderd met rente en proceskosten.