Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(subsidiair)samen met een ander of alleen [slachtoffer] met voorbedachten rade zwaar heeft mishandeld met de dood tot gevolg,
(meer subsidiair)openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] waardoor zij is gedood.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
Door vermoedelijk de persoon met de witte schoenen en vermoedelijk de persoon met de witte hoodie wordt vanaf het hoger gelegen gedeelte (kanaal) naar het lager gelegen gedeelte “iets” gesleept/gedragen/geduwd, dit is niet goed te zien.’De rechtbank stelt voorop dat voor het uitkijken van de camerabeelden geen bijzondere kennis of kunde nodig is. In het genoemde proces-verbaal dat door de rechtbank als bewijsmiddel wordt gebezigd, wordt door de verbalisanten de nodige behoedzaamheid betracht. De rechtbank heeft geen redenen te twijfelen aan de betrouwbaarheid van dit proces-verbaal. Daarbij komt, dat deze beschrijving verankering vindt in de inhoud van de overige door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen. Op basis van de feiten en omstandigheden in het dossier in onderling verband en samenhang bezien stelt de rechtbank vast dat [verdachte] en [medeverdachte] [slachtoffer] naar het lager gelegen gedeelte hebben gesleept.
Hypothese 1: Het slachtoffer was dood toen ze te water raakte
Hypothese 2: Het slachtoffer leefde nog toen ze te water raakte
[naam 4] : “Wat dan? Wat is er gebeurd? Wat is daarmee? Heb jij daarmee te maken?”
[verdachte] : “Ja”
[naam 4] : “Nee, mijn god [verdachte] , ben je serieus?”
: “Ja”
[naam 4] : “Nee, maar kan je uitleggen waarom? Heb jij haar vermoord of. Of wat heeft ze misdaan,
waardoor jij dat gedaan hebt”
[verdachte] : “Kreeg woedeaanval”
[naam 4] : “en toen?”
[verdachte] : “Ja, ik draaide door. Ik weet allemaal niet meer”
[naam 4] : “Heeft je broer dat ook gedaan, of?”
[verdachte] : “Ja”
[naam 4] : “Oh my god. Fuck, heftig man! Maar had ze je wat misdaan dan, waardoor je helemaal loco werd?”
[verdachte] : “Ja, ik draaide door. Ik weet allemaal niet meer”
[naam 4] : “Nee, maar mijn god. En toen heb je haar neergestoken, of wat deed je toen?”
[verdachte] : “Dit keer deed ze lijp en zo”.
[naam 4] : “En wat deed je toen?”
[verdachte] : “Trappen op haar”
[naam 4] : “En toen in water geduwd?”
[verdachte] : “Ja”
[naam 4] : “Oh my god Jezus [verdachte] , wat heftig! En je broer zit nu in de gevangenis?”
: “Ja”
[naam 4] : “En waarom jij dan niet, als ik vragen mag?”
[verdachte] : “Ze wisten niet nog dat ik het was, want ze wisten gelijk dat [medeverdachte] het was, maar nu doen ze DNA onderzoek, dus ik word sowieso gepakt”. (proces-verbaal van bevindingen van 29 januari 2021, pag. 2448 en proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2021, pag. 2561 t/m 2571)
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
de heer [benadeelde 1] tot een bedrag van € 317.925,39
- materiële shockschade (inkomensderving) (hoger beroep) € 250.000,--;
- reiskosten € 45,50;
mevrouw [benadeelde 2] tot een bedrag van € 60.045,50
de heer [benadeelde 3] tot een bedrag van € 57.500,--
Rechtstreekse schade
Kosten van lijkbezorging
immateriële schade / shockschade
affectieschade
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
12 (twaalf) maanden;
maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezenverklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van na te noemen bedragen,te vermeerderen met de wettelijke rente, telkens vanaf te noemen datum, ten behoeve van de betreffende benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van nul (0) dagen kan worden toegepast, een en ander telkens voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;
waren 3 onderhuidse bloeduitstortingen.
(een deel van de letsels zijn veroorzaakt door verwurging)dan onder H2
(alle letsels zijn veroorzaakt door een duw/klap)