Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- het onder parketnummer 84.246806-20 ten laste gelegde als feiten 1 en 2;
- het onder parketnummer 84.029096-21 ten laste gelegde als feiten 3 en 4;
- het onder parketnummer 84.029104-21 ten laste gelegde als feiten 5 en 6.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.3, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon
medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd
medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.3, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon
overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon
medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd
medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd
een geldboete van € 10.000,- (zegge: tienduizend euro);
voor een gedeelte van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarenschuldig maakt aan een strafbaar feit.