ECLI:NL:RBOVE:2021:5045

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
11 februari 2021
Publicatiedatum
9 mei 2023
Zaaknummer
08-760128-17 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Opiumwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen productie en handel XTC

Op 11 februari 2021 heeft de rechtbank Overijssel uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van voorbereidingshandelingen gericht op de productie en handel in XTC (MDMA, MDA, MDEA en/of amfetamine).

De tenlastelegging betrof onder meer het verschaffen van middelen, stoffen en apparatuur die bestemd zouden zijn voor het plegen van deze feiten in de periode van december 2016. Tijdens de openbare terechtzitting van 28 januari 2021 werden de standpunten van de officier van justitie en de verdediging besproken.

De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was, zij bevoegd was en de officier van justitie ontvankelijk was. Na beoordeling van het bewijs concludeerde de rechtbank dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer te Almelo, waarbij mr. V.P.K. van Rosmalen voorzitter was, met mr. K. Haar en mr. M.W. Eshuis als rechters.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor voorbereidingshandelingen gericht op productie en handel in XTC.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-760128-17 (P)
Datum vonnis: 11 februari 2021
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,
wonende op het adres: [woonplaats] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 januari 2021.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. M. Hoekstra en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met anderen, voorbereidingshandelingen heeft gepleegd die gericht waren op de productie van en de handel in XTC (MDMA en/of MDA en/of MDEA) en/of amfetamine.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 december 2016 tot en met 28 december 2016 te Ambt Delden, in elk geval in Nederland,
om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of MDEA en/of amfetamine, (telkens) zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,
- ( telkens) een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
- ( telkens) zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of;
- ( telkens) (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad waarvan hij wist, althans ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),
immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededaders (telkens) opzettelijk daartoe:
- meerdere, althans één, vervoermiddel(en) gehuurd en/of geregeld en/of ter beschikking gesteld en/of
- waterstofperoxide en/of safrol en/of ethanol en/of natriumhydroxide en/of alkalische vloeistof besteld en/of vervoerd en/of opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of
- één of meerdere mengsels van safrol en ethanol en/of van caustic soda en water en/of van safrol en alkalische vloeistof en/of van aceton en safrol besteld en/of vervoerd en/of opgeslagen en/of geproduceerd en/of voorhanden gehad en/of
- één of meerdere jerrycans en/of één of meerdere (blauwe) vaten en/of één of meerdere houten stellage(s) met daarop glazen scheidtrechter(s) en/of één of meerdere frituurpannen en/of een waterkoker en/of een glazen scheidtrechter en/of één of meerdere emmer(s) en/of één of meerdere maatbeker(s) en/of één of meer flacon(s) korrelontstopper en/of een PH meter en/of een elektrische kachel besteld en/of vervoerd en/of opgeslagen en/of voorhanden gehad en/of laten maken en/of gekocht en/of ter beschikking gesteld.

3.De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4.De bewijsoverwegingen

Vrijspraak
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

5.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzitter, mr. K. Haar en
mr. M.W. Eshuis, rechters, in tegenwoordigheid van S. Wongsokerto, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2021.
Buiten staat
Mr. K. Haar en mr M.W. Eshuis zijn in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.