ECLI:NL:RBOVE:2021:601
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering afgifte Verklaring Omtrent het Gedrag voor pakkettenbezorger wegens justitiële antecedenten
Eiser vroeg een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor de functie van pakkettenbezorger bij PostNL. De minister weigerde de VOG vanwege justitiële gegevens binnen de vierjarige terugkijktermijn, waaronder een veroordeling voor afpersing in vereniging en een verkeersdelict.
De rechtbank onderzocht eerst het procesbelang en stelde vast dat dit aanwezig was omdat de VOG nodig was voor de verlenging van het arbeidscontract bij PostNL. Vervolgens werd vastgesteld dat aan het objectieve criterium voor weigering was voldaan, namelijk dat de justitiële gegevens een risico vormen voor de samenleving bij herhaling in de functie.
Eiser voerde aan dat het subjectieve criterium, waarbij belangen worden afgewogen, in zijn voordeel had moeten uitvallen vanwege het tijdsverloop, zijn minderjarigheid ten tijde van het delict, positieve deskundigenrapporten en persoonlijke omstandigheden. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder een ruime beoordelingsruimte heeft en dat het beperkte tijdsverloop en de aard van de feiten een zwaarder gewicht verdienen dan de belangen van eiser.
De rechtbank concludeerde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van de samenleving zwaarder weegt dan het belang van eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat een VOG-aanvraag een momentopname is en dat bij een toekomstige aanvraag met een groter tijdsverloop de beoordeling mogelijk anders kan uitvallen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard en de VOG wordt niet afgegeven.