Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[eiser],
[gedaagde],
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 december 2020;
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Overijssel
Eiser is sinds 2010 in dienst bij gedaagde en is sinds februari 2019 ziek. Hij vordert betaling van achterstallig salaris en reiskostenvergoeding op grond van de cao Bouw & Infra, waarvan volgens een werkingssfeeronderzoek is vastgesteld dat deze op gedaagde van toepassing is. Eiser stelt dat hij onjuist is ingeschaald en dat gedaagde loon en reiskosten moet bijbetalen vanaf 2015.
Gedaagde betwist het spoedeisend belang en voert aan dat zij het loon correct betaalt en dat de toepasselijkheid van de cao en de juiste functie-inschaling nog onduidelijk zijn. De voorzieningenrechter stelt vast dat loonvorderingen normaal spoedeisend zijn, maar hier gaat het niet om het niet betalen van loon, maar om een discussie over de hoogte en toepassing van de cao. Er is geen acute geldnood of andere omstandigheden die een spoedeisend belang aannemelijk maken.
Daarnaast is de zaak complex vanwege de onduidelijkheid over de periode waarin de cao geldt, de vacuümperiodes, en de juiste functie-inschaling. Dit vereist nader onderzoek in een bodemprocedure. De voorzieningenrechter wijst daarom de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot betaling van achterstallig salaris en reiskostenvergoeding worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.