Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
1.
hij op of omstreeks 30 juni 2020 te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] (te weten zijn, verdachtes, broer) en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of één of meer andere personen opzettelijk van het leven te beroven, immers heeft verdachte
) van die [slachtoffer 1] geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op of omstreeks 30 juni 2020 te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte, met een vuurwapen 4 (vier) maal, althans meerdere malen, op de woning (gelegen aan [adres 2] ) van die [slachtoffer 1] geschoten (terwijl die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (op de begane grond) en/of [slachtoffer 1] in voornoemde woning lagen te slapen);
3
hij op of omstreeks 30 juni 2020 te Genemuiden, gemeente Zwartewaterland een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, althans een vuurwapen, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet, wapens en munitie voorhanden heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
Het is [verdachte] , ik weet het zeker, ik heb hem gezien". [4]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
poging tot doodslag, meermalen gepleegd;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De voorlopige hechtenis
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
poging tot doodslag, meermalen gepleegd.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie IIIen
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) jaren;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.643,72,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 36 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 20 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 20 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 20 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 20 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;