Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met 6 producties
- de aanvullende productie met bijlagen van de vrouw
- de producties 1 tot en met 11 van de man
- de pleitnota van de man
- de online mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
De vrouw en de man zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn in scheiding. De man legde conservatoir beslag op de woning van de vrouw vanwege een vordering uit de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. De woning was reeds verkocht en de opbrengst stond bij de notaris in depot.
De vrouw vorderde in kort geding opheffing van het beslag, stellende dat de man essentiële informatie had verzwegen en dat zijn vordering ondeugdelijk en onnodig was. De man betwistte dit en stelde dat de vordering en de vrees voor verduistering van de verkoopopbrengst voldoende waren onderbouwd.
De voorzieningenrechter overwoog dat het beslag op de verkoopopbrengst rustte en dat de man een vordering op de vrouw had die summierlijk aannemelijk was. De vrouw had onvoldoende spoedeisend belang bij opheffing van het beslag aangetoond, mede omdat zij de mogelijkheid tot verdeling van het depotbedrag bij helfte had afgewezen.
Daarom werd de vordering tot opheffing van het beslag afgewezen en werden de proceskosten tussen partijen gecompenseerd. De vordering van de man tot vergoeding van beslagkosten werd eveneens afgewezen, met verwijzing naar de bodemprocedure.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag op de verkoopopbrengst wordt afgewezen.