ECLI:NL:RBOVE:2021:645
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen ondanks vermoeden van criminele herkomst
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 50-jarige man die werd verdacht van witwassen van een bedrag van circa €256.672,00 tussen 2014 en 2018. De verdenking betrof onder meer betalingen voor de aankoop van onroerende zaken, waarbij het eigen vermogen en de legale inkomsten ontoereikend waren. De officier van justitie stelde dat verdachte €30.000,00 witgewassen zou hebben, terwijl voor de overige bedragen vrijspraak werd gevorderd.
Tijdens de zittingen op 30 april 2020, 14 mei 2020 en 1 februari 2021 werd vastgesteld dat verdachte geen actieve rol had bij de vermeende leningen en dat er geen bewijs was dat zij wist van de criminele herkomst van het geld. Uit het dossier bleek een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen vanwege onverklaarbare tekorten in het vermogen en leningen die niet in de belastingaangifte waren opgenomen.
De rechtbank paste het toetsingskader voor witwassen toe en concludeerde dat het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs had geleverd dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle tenlasteleggingen wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel en op 15 februari 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.