ECLI:NL:RBOVE:2021:697
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wijziging gemeenschapsruimte naar kantoor wegens onvoldoende onderzoek en motivering
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten voor de wijziging van de functie van een gemeenschapsruimte in een appartementencomplex naar een bedrijfsmatige kantoorruimte. Eiser, woonachtig in het betreffende appartementencomplex, maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege geluidsoverlast en parkeeroverlast die volgens hem niet beperkt waren tot de door de vergunninghouder genoemde gebruiksuren.
De rechtbank constateert dat de vergunning is verleend op basis van artikel 2.12 van de Wabo in samenhang met het Besluit omgevingsrecht, waarbij de wijziging van gebruik zonder vergroting van het bouwvolume is toegestaan. Echter, de rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke intensivering van het gebruik, zoals de geluidsoverlast gedurende de gehele dag en het parkeren op de stoep. Ook is onvoldoende gemotiveerd dat het gebruik niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en zijn de parkeernormen niet adequaat getoetst.
De rechtbank wijst het beroep van eiser toe, vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. De stelling van eiser dat de komst van zorgmedewerkers een groter risico op coronavirusoverdracht zou geven, wordt door de rechtbank verworpen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.