ECLI:NL:RBOVE:2021:781
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor functie zwemlesinstructeur na zware veroordelingen
Eiser vroeg een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor de functie van zwemlesinstructeur. De minister weigerde deze op grond van ernstige justitiële antecedenten, waaronder veroordelingen voor diefstal en poging tot doodslag, met een gevangenisstraf en TBS-maatregel.
Eiser voerde aan dat hij een meeloper was en dat hij in zijn beoogde functie zelfstandig werkt, waardoor het risico voor de samenleving beperkt is. Ook stelde hij dat hij zich positief had ontwikkeld, wat bevestigd werd door deskundigenrapporten en het niet verlengen van zijn TBS-maatregel.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het objectieve criterium toepaste, waarbij het risico voor kwetsbare personen en eigendommen in de functie centraal staat. De subjectieve belangenafweging leidde tot de conclusie dat het belang van de samenleving zwaarder weegt dan dat van eiser. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG is ongegrond verklaard vanwege het risico voor kwetsbare personen en de samenleving.