ECLI:NL:RBOVE:2021:782
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot invordering dwangsom verjaard door te late aanmaning
Eisers, eigenaren van een horecagelegenheid, kregen een dwangsom opgelegd wegens overtreding van geluidvoorschriften. Verweerder besloot tot invordering van een dwangsom van €5.000,- na een constatering in november 2018. Eisers maakten bezwaar en stelden beroep in tegen het bestreden besluit.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of verweerder bevoegd was tot invordering. Volgens artikel 5:35 Awb Pro verjaart de bevoegdheid tot invordering een jaar na het verbeuren van de dwangsom. Een aanmaning kan de verjaring stuiten, mits tijdig en correct verzonden. Verweerder stuurde een aanmaning pas in februari 2020, ruim na de verjaringstermijn van november 2019.
De rechtbank oordeelde dat de verjaring niet tijdig was gestuit en de bevoegdheid tot invordering op 11 november 2019 was verjaard. Het later verlenen van uitstel van betaling deed hieraan niets af. Omdat de bevoegdheid ontbrak, was het beroep niet-ontvankelijk. Verweerder werd opgedragen het betaalde griffierecht aan eisers te vergoeden wegens het niet onderkennen van de verjaring.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bevoegdheid tot invordering van de dwangsom is verjaard door een te late aanmaning.