ECLI:NL:RBOVE:2021:806
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs poging doodslag
Op 9 december 2017 vond in Haaksbergen een incident plaats waarbij het slachtoffer snijwonden in het gezicht opliep door slaan met een fles en vier keer in de rug werd gestoken. De verdachte werd ervan verdacht samen met anderen het slachtoffer te hebben proberen te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
Tijdens de terechtzitting op 9 februari 2021 werd vastgesteld dat geen van de aanwezige getuigen heeft gezien wie het slachtoffer met een fles sloeg of met een mes stak. Het slachtoffer vermoedde dat verdachte hem in de rug stak, maar had dit niet gezien. Een getuige verklaarde dat verdachte tegenover hem had toegegeven het slachtoffer te hebben gestoken, maar later ontkende verdachte dit weer.
De rechtbank oordeelde dat deze enkele wisselende verklaring onvoldoende was om wettig en overtuigend bewijs te vormen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het verzoek van de officier van justitie om getuigen te horen werd afgewezen. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor poging doodslag.